Itdaily - Tussen optimisme, realisme en cynisme: de Vlaamse Homo Digitalis zit vol paradoxen 

Tussen optimisme, realisme en cynisme: de Vlaamse Homo Digitalis zit vol paradoxen 

Tussen optimisme, realisme en cynisme: de Vlaamse Homo Digitalis zit vol paradoxen 

De Vlaming is zoekende in zijn relatie met technologie. Meer digitalisering in het dagelijkse leven verhoogt de vraag naar hybride alternatieven, terwijl een vertrouwensbreuk in de Big Tech nog niet leidt tot een adoptiebreuk.  

Digitale technologie is niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven van de Vlaming. Dat is de korte conclusie van het jaarlijkse Digimeter-onderzoek door imec, gebaseerd op een peiling bij 3.001 Vlaamse burgers. In de realiteit is de relatie tussen de Vlaming en technologie veel complexer. De Vlaming is volgens imec niet alleen een ‘Homo Digitalis’, maar ook een ‘Homo Paradoxalis’. De snelle adoptie van AI-technologie in Vlaanderen zet dit paradoxale relatie nog verder onder druk. 

Verzadiging 

In de adoptiegraad van hardware ziet imec stilaan een verzadiging. Vandaag heeft quasi iedere volwassen Vlaming (99%) minstens één slim/connecteerbaar toestel in huis. De smartphone staat daarbij al jaren op de eerste plaats met een adoptiegraad van 95 procent, 92 procent van de Vlamingen bezit over een computer.  

99 procent heeft ook toegang tot ‘een vorm van internetverbinding’ thuis. Dat is lang niet altijd snel internet. Voor één op drie huishoudens uit lagere inkomstenniveaus is beter vast of mobiel internet te duur. 

Nood aan hybride  

De brede toegang tot technologie gaat gepaard met een verregaande digitalisering van ons dagelijkse leven. Bedrijven zetten volop in op digitale dienstverlening en in hun zog volgen ook banken, overheidsinstellingen en medische organisaties. Online en offline alternatieven leven naast elkaar, of offlinediensten worden afgebouwd om online diensten verder uit te bouwen. 

De Vlaamse burger zit echter nog niet te wachten op een volledig digitale wereld. Adoptie van digitale diensten stijgt wel, maar de Vlaming wil de mogelijkheid blijven behouden om fysiek naar het overheidsloket of bank te gaan. Voor heel wat zaken als werken, administratie, bankieren, overheidscommunicatie of gezondheidszorg verkiest de Vlaming de hybride middenweg boven volledig online. Enkel voor het invullen van de jaarlijkse belastingbrief bestaat er een duidelijke voorkeur voor online (60%). 

Organisatie mogen het klassieke, analoge luik van hun dienstverlening dus niet uit het oog verliezen. Online dienstverlening wordt als een handige aanvulling, maar niet als een substituut beschouwd. 43 procent van de burgers vindt zelfs dat het gebruik van digitale platformen hen door de maatschappij wordt opgedrongen. Dat sentiment leeft voornamelijk binnen lagere inkomensniveaus.  

Haat-liefde met sociale media en AI 

Ook in de manier waarop Vlamingen met sociale media en AI omgaan, ziet imec tegenstrijdigheid. We blijven met zijn allen fervente gebruikers van sociale media: 87 procent gebruikt dagelijks minstens één platform. Meta’s WhatsApp staat bovenaan de lijst. Elon Musk en X hoeven op nog maar weinig sympathie te rekenen: amper drie procent is nog maar actief. 

De Vlaamse burger lijkt zich echter steeds meer bewust van de afleiding die sociale media veroorzaken. Zes op de tien beschouwt sociale media als tijdsintensief. Het vertrouwen ten aanzien van de bedrijven achter de platformen ligt ook op een historisch laag pitje: slechts tien procent beschouwt Meta, Google en co als goede huisvaders voor persoonlijke gegevens. Die bewustwording heeft geen impact op het gebruik.  

Een gelijkaardige trend beginnen we te zien in het gebruik van AI. De Digimeter stelt vast dat adoptie van AI-tools snel gegroeid is in 2025. 43 procent is actieve gebruiker, 15 procent meer dan in 2024, en 15 procent betaalt ook voor generatieve AI-diensten. Toch ziet imec het enthousiasme stagneren en zelfs barstjes vertonen. Bezorgdheid over de negatieve impact die AI kan hebben op betrouwbaarheid van informatie, privacy en jobzekerheid, neemt toe.  

Vijf paradoxen 

De Digimeter legt enkele tegenstrijdigheden bloot in hoe Vlamingen doen en denken als het op technologie aankomt. We gebruiken AI, sociale media en andere digitale platformen dagelijks, maar denken er niet unaniem positief over. De lijn tussen techno-optimisme, -realisme en -cynisme is zeer dun geworden. Imec vat de complexe relatie tussen Vlamingen en technologie samen in vijf paradoxen: 

  1. Afhankelijkheidsparadox: een toenemend gebruik van technologie leidt tot een toenemend gevoel van afhankelijkheid. We beschouwen technologie als een belangrijk hulpmiddel, maar zijn ook bewust van mogelijke negatieve effecten. Jongeren maken zich het meeste zorgen over de impact van technologie op slaap, mentale gezondheid en productiviteit. 
  1. Waarheidsparadox: Vlamingen maakte zich nooit meer zorgen over de authenticiteit en betrouwbaarheid van digitale informatie. 87 procent is bezorgd over de impact van nepnieuws op de maatschappij. AI versterkt dit effect: 85 procent is bezorgd dat AI valse informatie helpt verspreiden, terwijl 80 procent vreest het verschil niet meer te zien tussen wat echt en wat AI-gegeneerd is. 
  1. Data- en privacyparadox: de Vlaming doet alsmaar meer beroep op digitale platformen, maar maakt zich ook meer zorgen over wat met zijn/haar persoonlijke gegevens gebeurt. Zeven op de tien Vlamingen is bezorgd dat gegevens online niet veilig bewaard worden, en stoort zich aan gebrek aan controle en transparantie. Internationale technologiebedrijven worden het minst vertrouwd, medische instanties het meest. Negen op de tien Vlamingen neemt minstens één maatregel om persoonlijke gegevens te beschermen.   

Drang naar efficiëntie

De toenemende AI-adoptie diept die paradoxen nog verder uit. Volgens imec zijn er zelfs twee volledig nieuwe paradoxen ontstaan:  

  1. Efficiëntieparadox: Verschuiving naar online dienstverlening leidt niet automatisch tot efficiëntiewinst. 57 procent geeft aan dat dienstenaanbieders minder bereikbaar zijn via online platformen. De Vlaming is er wel van overtuigd dat AI hem/haar efficiënter maakt. 45 procent geeft aan werk sneller te kunnen uitvoeren en 41 procent vindt dat de kwaliteit van het werk is verbeterd. 
  1. Uitbestedingsparadox: Toenemend gebruiksgemak van technologie gaat gepaard met verlies van cognitieve vaardigheden die we eraan uitbesteden. 37 procent van actieve AI-gebruikers zegt minder zelf na te denken dan vroeger. Bij de groep van studenten is dit zelfs 81 procent.  

Ondanks deze paradoxen is technologie niet gebruiken geen optie meer voor de Vlaming. Wie niet volgt in de digitalisering, dreigt achterop te geraken, zowel in werk als in het dagelijkse leven. Bredere adoptie van technologie lijkt die kloof eerder dieper te maken dan te verkleinen.