De tekorten aan geheugen en andere componenten beginnen te wegen op de beschikbaarheid van servers. Dat heeft nu al voelbare gevolgen voor organisaties die hun infrastructuurvernieuwing niet meer kunnen bekostigen. Ook voor softwareverkopers creëert de situatie nieuwe uitdagingen.
De hardwaremarkt verkeert in zwaar weer, en dat is geen geïsoleerd probleem. Vandaag is bijna ieder bedrijf een digitaal bedrijf, en software moet nog altijd ergens op een server draaien. Wanneer serverfabrikanten geen RAM, SSD’s of CPU’s meer vinden om hun servers te bouwen, begint de fundering van de digitale bedrijfswereld scheurtjes te vertonen.
Dat ziet Luc Costers, Regional Leader Nutanix Belux, CIS en Eastern Europe bij Nutanix, vanop de eerste rij. Hij mag dan de regioverantwoordelijke zijn voor een groot softwarebedrijf, de hardwarecrisis raakt ook hem en vooral zijn klanten.
Nieuwe norm
“Wie vandaag servers of opslagcomponenten wil bestellen, wordt geconfronteerd met prijzen die nauwelijks voorspelbaar zijn en levertijden die oplopen tot vijf maanden en meer”, aldus Costers. “Dat is geen tijdelijk ongemak, de situatie is de norm geworden.” Zowel voor SSD’s als voor RAM hebben grote spelers de productiecapaciteit voor meer dan een jaar opgekocht. De verwachting dat de situatie binnen enkele maanden normaliseert, noemt Costers dan ook weinig realistisch.
Wie vandaag servers of opslagcomponenten wil bestellen, wordt geconfronteerd met prijzen die nauwelijks voorspelbaar zijn en levertijden die oplopen tot vijf maanden en meer.
Luc Costers, Nutanix
Wat begonnen is als een theoretisch probleem, vertaalt zich meer en meer naar concrete beperkingen bij bedrijven. De problemen in de toeleveringsketen van de hardware beginnen als een budgetkwestie, maar groeien uit tot een operationeel risico dat moeilijk te beheersen valt.
Er zijn twee grote problemen: eerst en vooral stijgt de hardware in prijs, wat een impact heeft op de infrastructuur die organisaties kunnen kopen. Diepe zakken volstaan echter niet: ook wie grote budgetten heeft, kan niet zomaar aan de nodige servers geraken, omdat er simpelweg onvoldoende componenten beschikbaar zijn.
Onvoorspelbare prijzen
Wat de prijs betreft, is er veel onzekerheid. Hardwareprijzen stijgen momenteel heel snel. “Bedrijven die drie maanden wachten om te bestellen, komen soms veertig procent tekort ten opzichte van hun oorspronkelijk voorziene budget”, ziet Costers. “Tegen de tijd dat een budgetverhoging is goedgekeurd, zijn de prijzen opnieuw gestegen.”
Bovendien communiceren sommige leveranciers naar klanten dat de prijs op het moment van levering hoger kan uitvallen dan de bestelde prijs. “De prijs van bestelling is niet langer gegarandeerd de prijs van levering”, benadrukt Costers.
Het meest directe gevolg van de prijsstijgingen is dat bedrijven minder hardware bestellen. Klanten spelen financieel op veilig en bestellen maar de helft van wat ze eigenlijk operationeel nodig hebben. Wanneer de infrastructuur te krap begroot is, ontstaan er vervolgproblemen. Costers: “De druk op de operationele infrastructuur neemt toe, met een groter risico op problemen als direct gevolg.”
Beperkte beschikbaarheid
Zelfs wanneer de budgetten voldoende hoog zijn, blijkt hardware op korte termijn onbeschikbaar. Fabrikanten hebben wel voorzorgen genomen en oudere apparatuur ingeslagen, al wordt die ook met een premium verkocht. Nieuwe infrastructuur aanschaffen is vandaag een complex, prijzig, onzeker en traag proces geworden.
Ik denk niet dat we al zo’n probleem op deze schaal meegemaakt hebben.
Luc Costers, Nutanix
Costers, die al sinds de jaren ’80 actief is in de IT-sector, noemt de situatie ongezien. “Ik denk niet dat we al zo’n probleem op deze schaal meegemaakt hebben”, stelt hij. “Als de grote AI-spelers binnenkort wat bestellingen cancelen, komt er misschien terug wat zuurstof in het systeem, maar zolang zij alles opkopen, blijft deze pijnlijke toestand aanhouden. Ik zie het hardwareprobleem eigenlijk niet opgelost worden voor eind 2027.”
Oplossingen vanuit de softwarekant
Nutanix staat daarbij niet aan de zijlijn. Langs de ene kant deelt het bedrijf in de klappen. Costers legt uit: “Softwarelicenties worden berekend op de onderliggende hardware. De verhouding tussen hardware en softwarelicenties in een gemiddelde deal is al verschoven. Waar licentiekosten vorig jaar nog goed waren voor 50 à 55 procent van de totale dealgrootte, is dat aandeel gedaald naar 35 à 40 procent. Hardware is verhoudingsgewijs duurder geworden.”
Langs de andere kant is Nutanix gepositioneerd om in deze moeilijke omstandigheden een oplossing te bieden. Het Nutanix-platform zit tussen de hardware en de applicaties en databases die organisaties echt nodig hebben. Dat biedt mogelijkheden.
Combineren en behouden
“Het platform laat toe om nodes van verschillende generaties te combineren in één cluster”, vertelt Costers. “Een klant die begon met servers van de negende generatie, kan die aanvullen met hardware van generatie elf, zonder het volledige cluster te vervangen.”
Uitbreiden in de plaats van vervangen is een belangrijk argument. Zo kunnen organisaties hun kapitaaluitgaven enigszins beperken. Nutanix probeert die uitbreidbaarheid actief te ondersteunen.
“We werken volop aan de certificatie van oudere servers voor het platform”, illustreert Costers. “Servers die normaliter misschien stilaan afgeschreven zijn, maar eigenlijk nog enkele jaren voort kunnen, proberen we alsnog te ondersteunen zodat ze kunnen blijven functioneren in hardwareclusters.”
Servers die normaliter misschien stilaan afgeschreven zijn, maar eigenlijk nog enkele jaren voort kunnen, proberen we alsnog te ondersteunen.
Luc Costers, Nutanix
Dat toont aan hoezeer de hardwaretekorten het narratief hebben veranderd. Waar de kracht van HCI en bij uitbreiding Nutanix enkele jaren geleden nog was dat je met nieuwe en efficiënte hardware vlot energie en plek kon sparen, ligt de focus nu op integreren wat beschikbaar is. Geen server is vandaag interessanter dan diegene die je al hebt.
De cloud als tussenoplossing
Ook de rol van de cloud verandert. Bedrijven die nu dringend rekenkracht nodig hebben, maar geen hardware kunnen bemachtigen of betalen, kunnen naar de cloud kijken als tussenoplossing. Stabiele workloads in de cloud draaien is doorgaans niet de meest economisch rendabele langetermijnoplossing, maar de beschikbaarheid van de cloud is op dit moment een troef.
Costers: “Via NC2 kan het Nutanix-platform uitgerold worden op bare metal servers bij Azure, Google of Microsoft, of bij een Europees alternatief zoals OVH of een lokale provider. Dat biedt een uitweg zolang on-premises hardware moeilijk te verkrijgen of te duur is.”
Ook de cloud kent zijn grenzen. Costers omschrijft het plastisch: “Als de mensen van Azure alle dozen die ze staan hebben verhuren, dan zijn er geen meer. Ook cloudcapaciteit is eindig, en de prijzen van gehuurde servers kunnen eveneens stijgen naarmate de vraag groeit.”
Pragmatische aanpak
Costers suggereert een pragmatische strategie: zet workloads voorlopig in de cloud, en heroverweeg de situatie wanneer on-premises hardware opnieuw betaalbaar wordt. “Omdat Nutanix-licenties mobiel zijn, is een terugkeer naar eigen infrastructuur op elk moment mogelijk”, zegt hij over het eigen platform.
Dat idee van flexibiliteit, los van hypervisor, hardware of locatie, is precies wat Nutanix op dit moment wil uitdragen. Hetzelfde platform draait on-premises, in de publieke cloud of op bare metal. In een markt waar hardwarebeschikbaarheid onzeker is en prijzen schommelen, kan je die onafhankelijkheid als een praktische noodzaak zien. Of het voldoende is om de gevolgen van de hardwarecrisis op te vangen, moet blijken, maar alle beetjes helpen voor wie vandaag een oplossing zoekt.
