‘De cloud is vaak goedkoper, zolang je het overzicht behoudt’

Er zijn maar weinig goede redenen om niet met je hele bedrijfsinfrastructuur naar de cloud te trekken, vindt Capgemini. Technische argumenten zijn achterhaald en doemscenario’s rond kosten voorkom je met een goed plan van aanpak. Hoe ziet het bedrijf de toekomst van IT-infrastructuur?

“Cloud is vandaag een erg breed begrip”, stelt Paul Vanderborght vast. Hij is expert Cloud & Infrastructure Service bij Capgemini. Zijn titel illustreert de huidige stand van zake: de lijn tussen cloud en infrastructuur is dunner dan ooit en de twee zijn in alle geval onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld. Organisaties zoeken een infrastructuuroplossing waarvan cloud een groot deel kan uitmaken, maar in de praktijk is een volledige sprong naar de cloud vaak nog niet aan de orde. “Als IT-partner moet je een end-to-end-dienst kunnen aanbieden”, zegt Vanderborght. “Daarin moet je ook bedrijven met legacy-infrastructuur omarmen.”

Cloud eerst

Toch werkt Capgemini met een cloud first-aanpak. “Alles wat in de cloud kan draaien, kan je best naar de cloud brengen.” De realiteit is dat lokale datacenters vandaag steeds minder gebruikt worden. De gebruikte capaciteit van die lokale datacenters neemt bovendien af. “Een sprong naar de cloud is een keuze voor de toekomst”, redeneert Vanderborght.

Alles wat in de cloud kan draaien, kan je best naar de cloud brengen

Paul Vanderborght, Expert Cloud & Infrastructure Service Capgemini

Hij ziet daar verschillende redenen voor. “Steeds meer toepassingen worden via de cloud aangeboden. Verder evolueren we naar een API-gedreven architectuur. Toekomstige investeringen om nieuwe toepassingen te integreren in de eigen infrastructuur zijn eenvoudiger in de cloud.”

Even belangrijk is de consolidatie van de infrastructuur. “Bij een verhuis naar de cloud heb je doorgaans minder hardware nodig. De migratie is een trigger om het applicatielandschap kritisch te bekijken. Een cloudproject doet bovendien vaak dienst als katalysator om het beveiligingspostuur op te krikken. Logisch, aangezien ondernemingen door de migratie gedwongen worden om over al die zaken na te denken.” Dat resulteert volgens Vanderborght in een geoptimaliseerd IT-landschap dat minder kost.

Kostenbeheersing

Dat is belangrijk, beseft de specialist. Eén van de voornaamste redenen voor organisaties om weg te blijven uit de cloud, is immers het prijskaartje. Er heerst de perceptie dat de cloud zeker op de lange termijn duurder is dan on-premises hardware. Daar is Vanderborght het niet mee eens.

Kostenbeheersing vindt plaats op verschillende niveaus”, legt hij uit. “Eerst en vooral kijk je natuurlijk naar de initiële kost. Je vergelijkt het prijskaartje van nieuwe hardware met de cloud. Dat is een businesscase die positief of negatief kan uitpakken. Onder andere optimalisatie van het applicatielandschap en consolidatie van de infrastructuur spelen mee. Verder kan je AWS, Azure, Google en IBM tegen elkaar uitspelen. In deze is er geen probleem: je weet heel goed wat de kost van de cloudmigratie is.”

De uitdagingen komen later. “Organisaties omarmen de flexibiliteit van de cloud met veel enthousiasme en stellen vaak de consumptie van cloudinfrastructuur open naar de rest van de onderneming. In de praktijk krijgen business units een blanco cheque waarmee ze zonder nadenken en zonder zichtbare gevolgen aan de slag gaan. IT verliest het overzicht en cloudkosten ontsporen.” Vanderborght ziet het risico, maar vindt dat het met een goed plan van aanpak perfect beheersbaar is.

lees ook

Wat is low-code en waarom is het interessant voor jou?

“Bedrijven moeten een goed consumptiemodel opzetten binnen hun eigen organisaties. Duidelijke en snelle doorfacturatie van de kost van cloudresources is daarbij belangrijk.” Wanneer een business unit bijvoorbeeld nieuwe virtuele machines opstart, is het essentieel volgens Vanderborght dat daar een zichtbaar prijskaartje aanplakt. IT moet vervolgens het overzicht bewaren en op continue basis de cloudconsumptie monitoren.

Permanent optimaliseren

Daar hoort permanente optimalisatie bij. “Dat is het grote verschil met een on-premises-aanpak”, stipt Vanderborght aan. “Wanneer je zelf infrastructuur koopt, maak je iedere vijf jaar een optimalisatie-oefening. In de cloud zoek je continu naar de best mogelijke aanpak.” Organisaties die zich daar aan houden, worden niet geconfronteerd met ontsporende kosten en zorgen er als bonus voor dat de IT-infrastructuur permanent modern en geoptimaliseerd is.

Dat is natuurlijk eenvoudiger gezegd dan gedaan. “Je hebt zowel een heel diepe kennis van de cloudprovider en de beschikbare modellen nodig, als van de noden van de business”, beseft Vanderborght. “De rol van een IT-partner is dan net om dicht bij de klant te zitten, de omgeving door en door te kennen en de noden van de business en het app-landschap aan een optimaal gebruik van de cloud te koppelen.” Dat gaat ver. Denk bijvoorbeeld aan waste management. Een cloud resource die je niet meer gebruikt, mag verdwijnen, maar een toepassing die af en toe belangrijk werk verzet moet wel online blijven. Wie de cloudinfrastructuur in het oog houdt, moet daarvan op de hoogte zijn.

Technische bezwaren en vendor lock-in

Kosten hoeven volgens Vanderborght dus geen rem te zijn voor een cloudmigratie. Hij maakt zich sterk dat een verhuis naar de cloud zelfs goedkoper kan uitkomen. Wat dan met de technische kant van het verhaal? Kunnen bedrijven met legacy wel zomaar naar de cloud verhuizen? “Er zijn maar heel weinig workloads die puur technisch niet in de cloud kunnen”, stelt hij vast. Je hoeft immers niet meteen je hele infrastructuur om te bouwen naar een cloud native-applandschap. Hyperscalers bieden tal van opties om legacy-software te verhuizen naar de cloud op bijvoorbeeld bare metal-servers. Dat wil niet zeggen dat een verhuis altijd eenvoudig is, maar volgens hem is het sop de kolen waard.

Er zijn maar heel weinig workloads die puur technisch niet in de cloud kunnen

Paul Vanderborght, Expert Cloud & Infrastructure Service Capgemini

Wat dan met vendor lock-in? “Je moet je de vraag stellen of je je daar echt zorgen om moet maken”, zegt Vanderborght. “Ga je binnen drie jaar echt met je alle workloads van bijvoorbeeld AWS naar Azure willen verhuizen? Het zou straf zijn dat er een goede reden is om meteen met alles te vertrekken. De belangrijkste reden voor een verhuis is de kostprijs. Is het verschil plots zo relevant dat je toch wil migreren, dan hebben providers doorgaans financiële incentives om je te helpen bij een migratie. Anderzijds is de kans groot dat je betere voorwaarden kan onderhandelen met je huidige provider. De prijzen zullen sowieso niet snel stijgen aangezien de competitie in de markt zo sterk is.” Vanderborght vindt vendor lock-in zo geen echt probleem waarop je beslissingen moet baseren.

Veiligheidspostuur

Ook beveiliging is een factor bij een migratie naar de cloud. Organisaties vrezen soms dat de cloud een negatieve impact zal hebben op hun beveiliging. “Naar mijn ervaring is net het omgekeerde waar”, stelt Vanderborght vast. “Net door naar de cloud te migreren, komt de hele beveiligingsdiscussie op gang. Heel je beveiligingspostuur wordt opgekrikt. Bovendien bestaan er goede diensten om je cloudomgeving veilig te houden.”

Het grootste veiligheidsrisico in de cloud is de misconfiguratie van de infrastructuur. “Door helemaal aan het begin van de migratie een grondige beveiligings-assessment uit te voeren, komen kwetsbaarheden al snel boven water”, weet Vanderborght. Vanaf dan is het een kwestie van alles up-to-date te houden en ook daar bestaan tools voor. Vandaag helpen grote cloudproviders zelf actief mee om misconfiguraties te voorkomen door waarschuwingen te geven wanneer iets onveilig is.

Waarom niet naar de cloud?

Is er dan helemaal geen reden om niet met je hele infrastructuur richting cloud te verhuizen? Vanderborght ziet in ieder geval weinig gegronde argumenten, op één na. “Organisaties zoals banken die met strenge regels rond privacy en compliancy worstelen, houden hun infrastructuur soms beter on-premises”, bevestigt hij. Voor alle andere bedrijven ziet hij de cloud wel als de juiste eindbestemming. “We zien dat de trend heel sterk richting cloud wijst. Zelfs grote instellingen zoals de Europese Unie zetten er massaal op in.”

Tussen droom en werkelijkheid staan praktische bezwaren in de weg, beseft ook Vanderborght. Hoewel hij volledig achter een cloud first-aanpak staat, zien bedrijven het niet altijd zitten om snel te migreren. Misschien houden ze niet van het risico dat met een legacy-migratie gebonden is, of misschien schrijven ze nog bestaande infrastructuur af. In de praktijk is het hybride model daarom zo populair. “Als IT-partner moet je dergelijke modellen daarom goed ondersteunen,” weet hij.

Hybride: geen prijsbreker

Een hybride cloud mag volgens de expert geen eindstation zijn. “Schaalvoordeel is alles bij IT-infrastructuur. Hoe meer je in de cloud zet, hoe scherper de prijzen die de cloudleverancier zal bieden. On-premises geldt hetzelfde: hardware is goedkoper naarmate je meer koopt. In een hybride model verdeel je je infrastructuur en valt het prijsvoordeel aan beide kanten terug.”

lees ook

Capgemini en de droom van het kantoorloze bedrijf

Voor Vanderborght en Capgemini is het duidelijk: complexe hybride infrastructuur is vandaag de norm, maar dat is idealiter slechts een tijdelijk scenario. Volgens de IT-dienstverlener is de cloud de oplossing voor de infrastructuur van morgen. Flexibiliteit, integratie met moderne diensten en constante optimalisatie pleiten in het voordeel van cloudinfrastructuur. De kosten binnen een goed cloudbeleid mogen nooit een probleem vormen en ook vendor lock-in niet veel meer is dan een vuil woord. Wij zijn benieuwd of het IT-landschap inderdaad naar die overtuigde cloud first-aanpak zal evolueren en zoja, hoelang dat zal duren.

nieuwsbrief

Abonneer je gratis op ITdaily !
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
terug naar home