Meer en meer Chinese bedrijven vervangen Nvidia’s acceleratoren door lokale chips dankzij spanningen met de VS.
De spanningen tussen de VS en China lopen al even hoog op. Daarom kiezen veel Chinese bedrijven ervoor om hun AI-infrastructuur lokaal te houden en over te stappen op lokale chips. Nvidia en zijn chips worden dus letterlijk aan de kant geschoven.
Goed voor Chinese bedrijven
Volgens een bevraging van Bloomberg Intelligence bij Chinese bedrijven wordt bijna de helft van bedrijfsbudget het komende jaar gebruikt voor binnenlandse producten op vlak van AI-acceleratoren. 80 procent geeft aan dat hun totale infrastructuuruitgaven dit jaar het budget overschrijden. Dat is te wijten aan de hoge kosten van AI-projecten.
Die verschuiving komt de grootste Chinese leveranciers uiteraard ten goede. Tencent, Alibaba en Huawei zijn het best gepositioneerd om meer inkomsten te generen uit deze verschuiving. “China boekt vooruitgang met de vervanging van buitenlandse AI-halfgeleiders met lokale exemplaren,” staat te lezen in het rapport.
Miljardeninvesteringen in AI-infrastructuur
De Chinese overheid wil de komende vijf jaar ongeveer 2 biljoen yuan (ongeveer 294 miljard dollar) investeren in nieuwe datacenters om AI breder in te zetten, onder meer in de gezondheidszorg en stadsplanning. Daarbij moet minstens 80 procent van de gebruikte kerntechnologie afkomstig zijn van Chinese leveranciers.
Toch blijven er uitdagingen. Volgens het rapport verschuift het grootste knelpunt stilaan van rekenkracht naar de beschikbaarheid van snelle geheugenchips (HBM), die essentieel zijn voor moderne AI-workloads. Terwijl lokale geheugenproducent ChangXin Memory daarvan kan profiteren, dreigen tekorten de verdere groei van de Chinese AI-sector af te remmen.
