IBM stort zich met Bob op een al verzadigde markt van AI-assistenten voor softwareontwikkeling. Bob kan teren op decennia aan ervaring om zich te onderscheiden.
Aan artificiële codeerhulpjes vandaag geen gebrek. Wie een applicatie wil ontwikkelen, hoeft dat maar te vragen aan GitHub Copilot, Claude Code of ChatGPT Codex. Sinds kort kan dat ook aan Bob, IBM’s codeerassistent die enkele maanden geleden op de wereld werd losgelaten.
Marty van de Korput, CTO voor IBM in België en Luxemburg, en Bilal Soussi, Technical Sales, nodigen ons uit op het hoofdkantoor in Evere, gelegen over de NAVO, om Bob voor te stellen. Noem Bob niet gewoon een ‘codeerhulpje’, maakt van de Korput meteen duidelijk. “Bob is een ontwikkelpartner voor de volledige cyclus, van plannen tot testen, uitvoering en onderhoud. We evolueren van AI-gedreven coderen naar delivery.”
Polyglot
De weg naar Bob begon al in 2021, schetst van de Korput. “We zijn begonnen met Project CodeNET voor het automatisch aanvullen van code. Dat evolueerde in 2023 naar onafhankelijk coderen met watsonx Coding Assistant en met Bob willen we nu het volledige traject ondersteunen. Intern heeft Bob zich al op schaal bewezen: het wordt reeds door 100.000 IBM’ers gebruikt.”
Bob, wiens naam geen link heeft met de bekende cartoon Bob De Bouwer, moet zich onderscheiden met een diepe kennis van meer dan honderd programmeertalen, ook talen die vandaag minder courant zijn. Van de Korput: “60 procent van het codeerwerk bestaat uit modernisering. De kennis over oude programmeertalen verdwijnt door een tekort aan ontwikkelaars. AI kan helpen om de code te begrijpen.”
IBM wil met Bob de brug slaan tussen ‘oude’ technologieën als mainframes en nieuwe technologieën als AI-agenten. “De markt van mainframes blijft stabiel. Bedrijven willen niet verhuizen, zeker niet in het kader van soevereiniteit, maar zullen mainframes wel moeten moderniseren. Cobol vertalen is op zich niet zo moeilijk, maar het platform optimaal blijven gebruiken is veel belangrijker.”
Commodificatie van code
De rol van programmeertalen is met de komst van AI-gestuurde tools veranderd, merkt Soussi op. “Code wordt gecommoditiseerd. Ook met beperkte kennis over code kan je veel bereiken. We moeten vaardigheden extrapoleren van het werk zelf. De keuze van programmeertaal is niet meer doorslaggevend, net zoals de keuze van LLM’s, omdat modellen snel evolueren. Het gaat meer om de juiste tools naar ontwikkelaars te brengen en te focussen op de uitkomsten voor de business.”
“Programmeertalen gaan niet ineens verdwijnen, ze blijven applicaties ondersteunen”, pikt van de Korput in. “Maar voor algemene toepassingen zullen de traditionele talen wel minder belangrijk worden. Er bestaat een misconceptie tussen code en modernisering. Een andere programmeertaal moet je ook in staat kunnen stellen de voordelen van een platform te benutten”.
Betalen in Bobcoins
Soussi staat te popelen om Bob te tonen. De tool is toegankelijk via verschillende licentieformules, voor grote enterprises en kleinere bedrijven. De verschillende modi gaan van een eenvoudige chatinterface, tot een planningsmodus en een agentmodus die het werk ook uitvoert.
Om te vermijden dat je AI-rekening uit de pan swingt of je credits meteen op zijn, belooft Bob transparantie over kosten. Bij iedere licentie zit een bepaalde hoeveelheid ‘Bobcoins’, waarbij één Bobcoin ongeveer overeenkomt met 50 eurocent. Je koopt er geen brood mee in de supermarkt, maar tokens. Na iedere prompt berekent Bob de kost, die ook via een dashboard in de gaten kan worden gehouden.
“De kosten van AI-tools zijn vandaag een belangrijk discussiepunt voor grote bedrijven. Tokens zijn moeilijk te kwantificeren. Je ziet waar het geld naartoe gaat. Er is geen ‘black box’”, legt Soussi uit.
“Het multi-agentmodel moet Bob ook goedkoper maken dan concurrerende tools. Bob redeneert welk model nodig is voor elke vraag. Dit laat toe modellen slimmer te gebruiken en kosten te optimaliseren over verschillende modellen heen”, voegt van de Korput toe.
Mens aan de knoppen
Wat opvalt tijdens de demo: er is bijna geen code te zien op het scherm. Je moet al zoeken in de menu’s om code te bekijken en eventueel manueel te bewerken. Dat past in een bredere evolutie van het werk van softwareontwikkelaars, meent Soussi.
“Als ontwikkelaar zal je nauwelijks nog voor de code zitten. Je werkt op een architecturaal niveau. Je tekent een plan uit met Bob, en Bob voert dat plan vervolgens uit.” Het blijft wel belangrijk dat je als ontwikkelaar aan de knoppen blijft zitten. IBM profileert zich niet als apostel van het vibe coden.
Soussi beaamt: “Ik denk dat we de limieten van vibe coding beginnen te voelen. Voor een hobbyproject thuis kan het, maar op bedrijfsniveau zijn er meer problemen om het in productie te brengen. De technologie is goed maar heeft duidelijke controles en governance nodig. Als je AI zomaar uitrolt, creëer je rommel.”
Bob is nog maar pas gelanceerd, dus wagen Soussi en van de Korput zich nog niet aan grote uitspraken over de uitrol. “Gemiddeld halen we 45 procent productiviteitswinst over de hele cyclus, bij interne projecten zelfs tot 70 procent. De eerste laag van de softwarecyclus zal als eerste impact voelen, maar we willen zo breed mogelij gaan”, zegt Soussi.
“Het enthousiasme is er. Mensen die ‘gepusht’ worden om onze trainingen te volgen, zijn achteraf vaak nog het meest overtuigd”, eindigt van de Korput met een kwinkslag. IBM teert op 115 jaar aan software-ervaring om de handschoen op te nemen tegen de ‘nieuwe’ generatie AI-bedrijven. Heeft de oude vos nog streken in petto?
