Op zijn jaarlijkse Data+AI Summit schuift Databricks zowel Genie en als een reeks nieuwe capaciteiten naar voren om bedrijfsdata klaar te maken voor AI-agenten. Daarmee vertelt Databricks in essentie hetzelfde verhaal als Snowflake, SAP en Salesforce, maar het bedrijf hoopt zich met een consequente opensourcestrategie te onderscheiden. Dat verhaal vindt een luisterend oor in Europa aanslaat.
Op zijn Data+AI Summit heeft Databricks een resem aankondigingen gedaan die allemaal in hetzelfde bredere verhaal passen: bedrijfsdata klaarmaken voor AI. CEO Ali Ghodsi vat de missie zelf bondig samen: “AI heeft geen intelligentieprobleem, tenminste niet in de onderneming. AI heeft een contextprobleem.” De modellen zijn volgens hem slim genoeg. Het probleem is dat ze de data, de context en de processen binnen organisaties niet kennen.
De rode draad tussen de aankondigingen is dan ook telkens dezelfde. Databricks wil de kloof dichten tussen enerzijds ruwe bedrijfsdata en anderzijds AI-agenten die er iets zinvols mee moeten doen.
Een genie met context
Genie is daarbij het uithangbord. Met Genie One kunnen zakelijke gebruikers in gewone mensentaal vragen stellen aan hun data, terwijl Genie Ontology op de achtergrond een knowledge graph bouwt van alle contextuele kennis in een organisatie.

Ghodsi vergelijkt dat met wat PageRank ooit voor Google deed: in plaats van dat een agent minutenlang door documenten ploetert, weet het systeem op voorhand al welke data relevant zijn. Net zoals een mens zal een AI-systeem vragen kunnen interpreteren binnen de correcte bedrijfscontext.
Onder Genie ligt een vernieuwd datafundament. Met Lakehouse RT belooft Databricks een engine die tien tot honderd keer sneller is qua latency, wat cruciaal is voor agenten die snel data moeten bevragen. En met LTAP brengt het bedrijf voor het eerst transactionele databases en klassieke data warehousing samen in één laag. Dat is volgens Ghodsi zelf iets waar de sector al veertig jaar op wacht.
Iedereen vertelt hetzelfde verhaal
Wie net als ondergetekende journalist dit jaar meerdere techconferenties heeft bijgewoond, hoorde bij Databricks een bekende klok luiden. Het verhaal klinkt vrijwel identiek bij de concurrentie: “Data zijn de brandstof, wij hebben jouw data, agenten draaien erop, wij leveren de broodnodige contextlaag en de governance”.
Bij aartsrivaal Snowflake draait alles evengoed rond het idee dat data het fundament zijn van elke AI-transformatie, met een sterke nadruk op openheid via het Iceberg-formaat en een cloud-agnostische aanpak. Het verhaal op de Snowflake Summit, amper twee weken voor die van Databricks in hetzelfde Moscone-conferentiecentrum in San Francisco, toonde veel gelijkenissen. De twee bedrijven bewegen daarmee zichtbaar naar elkaar toe.
Ook buiten de klassieke datawereld weerklinkt dezelfde boodschap. SAP schetste eerder dit jaar op Sapphire zijn visie op de autonome onderneming, waarin AI-agenten met bedrijfsdata werken en context opnieuw het sleutelwoord is. Zelfs Celonis vertelt zijn versie van hetzelfde verhaal.
Als iedereen dezelfde centrale rol claimt, waarom zou een klant dan voor Databricks kiezen?
Maakt openheid het verschil?
Het antwoord dat Databricks zelf geeft, is consequent: opensource en geen vendor lock-in. Voor de summit droeg het bedrijf zijn Open Sharing-protocol over aan de Linux Foundation, in lijn met de opensource-roots die het bedrijf naar eigen zeggen sinds dag één heeft.
Samuel Bonamigo, senior vice president en general manager EMEA, benadrukt dat die filosofie geen marketing is, maar een echte differentiator. De data blijven altijd van de klant, is de kern van zijn betoog, en dankzij het open karakter kunnen klanten hun data ook weer meenemen. Op de Summit merken we dat Databricks, als nog niet beursgenoteerd bedrijf, sterk gedragen wordt door technische profielen die echt in de openheid geloven.
Ook Ghodsi hamert op het belang van die openheid, maar dan vanuit een breder, bijna maatschappelijk perspectief. “Ik denk dat het een groot risico zou zijn, moest opensource verboden worden”, stelt hij, in dit geval verwijzend naar AI-modellen. “Zolang opensource als alternatief bestaat, kunnen universiteiten en onderzoekers wereldwijd binnenin de technologie kijken. Valt dat weg, dan blijven enkel de handvol frontier-bedrijven over die nog onder de motorkap mogen kijken.”
“Ik denk dat het een groot risico zou zijn moest opensource verboden worden”
Ali Ghodsi, CEO Databricks
Databricks positioneert zich nadrukkelijk als de partij die klanten keuze en flexibiliteit biedt, in een markt waar het beste model soms nog maar een maand aan de top blijft staan.
Die openheid is meer dan een principiële stellingname. Ze vertaalt zich concreet in de mogelijkheid om van model te wisselen, storage en compute los te koppelen om kosten te beheersen, en data in een open formaat te bewaren dat niet aan Databricks vastzit. Die combinatie trekt volgens Bonamigo Europese klanten aan, al voegen we daar eerlijkheidshalve aan toe dat model-openheid ook door de andere spelers wordt aangeboden.
Wel open, niet praktisch
Toch schuilt er een addertje onder het gras van al die openheid. Databricks predikt “geen lock-in”, maar erkent zelf dat puur opensource beheren in de praktijk zelden lukt. Rich Radley, VP Field Engineering EMEA, geeft toe dat zelfs grote klanten met stevige budgetten en sterke engineeringteams het proberen, maar er niet in slagen om de kwaliteit op peil te houden wanneer ze opensource Spark op Kubernetes draaien met andere opensource frameworks.

“De meeste klanten slagen daar niet in zodra ze een bepaalde schaal bereiken”, erkent hij. Radley wijt daarbij naar de return on investment: “de omvang van de engineering- en SRE-teams die zo’n opensource-infrastructuur vereist, kan je ook aan iets anders besteden door simpelweg de managed service van Databricks te gebruiken.” Met andere woorden: de openheid blijft reëel, maar in de praktijk leidt ze de klant alsnog naar het betaalde platform van Databricks zelf.
Een stoel aan de tafel
Zo komen we bij de lokale dimensie, want de opensourcestrategie geeft Databricks een plaats aan de Europese tafel die concurrenten niet zomaar hebben. Glenn Lottering, ACP en TechGM Field Engineering voor Benelux en Nordics, stelt dat het open karakter Databricks letterlijk een zitje oplevert in de fora waar de toekomst van AI in de EU besproken wordt. “Omdat we opensource zijn, krijgen we een plaats aan tafel”, glundert hij.
“Omdat we opensource zijn, krijgen we een plaats aan tafel.”
Glenn Lottering, ACP en TechGM Field Engineering Benelux en Nordics, Databricks
Het bedrijf houdt de Europese bewegingen rond soevereiniteit nauwlettend in de gaten en zou naar eigen zeggen kunnen meebewegen als de Europese markt richting een eigen cloud evolueert, dankzij zijn cloud-agnostische aard.
Opensource, soevereiniteit en dataprivacy liggen in de EU gevoeliger dan elders, en dat speelt in het voordeel van Databricks. Lottering merkt op dat de meeste klanten openheid als een van hun beslissende factoren noemen, zeker in de huidige geopolitieke context. Bonamigo voegt daaraan toe dat beheer met de open Unity Catalog volgens hem een unieke capaciteit is die bovendien blijft evolueren met de noden van de klant. Toch horen we hier echo’s van wat Snowflake over zijn (minder open) Horizon Catalog zegt.
Voetafdruk in de Benelux
De Benelux is voor Databricks bovendien geen bijzaak. Regional VP Benelux Kevin Jonkergouw wijst erop dat de eerste EMEA R&D-hub van het bedrijf in de regio werd opgericht en er nog altijd de grootste is.
“De software die we wereldwijd uitrollen, wordt ook in de Benelux gebouwd.”
Kevin Jonkergouw, Regional VP Benelux Databricks
“Er werken intussen ruim vierhonderd mensen, en de ambitie reikt naar duizend medewerkers de komende jaren,” stelt Jonkergouw. “De software die we wereldwijd uitrollen, onder andere op de Summit, wordt ook in de Benelux gebouwd. Klanten in de Benelux en de Nordics zijn bovendien zo verweven met de technologie dat ze het product mee helpen ontwikkelen.”
Van dataspeler naar AI-specialist, als de klant meewil
Er zit wel een kanttekening aan het verhaal, en die geldt evengoed voor de concurrentie: Databricks is niet begonnen als AI-bedrijf. Het bedrijf ontstond rond Spark en dataverwerking en werpt zich nu op als AI-specialist. Ghodsi wijst er zelf op dat data en AI voor Databricks altijd hand in hand gingen, maar de omslag naar een volwaardig enterprise-AI-platform is reëel. Dat lukt alleen als klanten mee in het verhaal stappen.
Bij Heineken is die adoptie geen automatisme. Jelle van Etten, Head of Global Data Platform, vertelt dat het bierbedrijf zijn markten standaardiseert via templates en Genie-skills, zodat lokale teams zelf use cases kunnen bouwen.

Hij is eerlijk over de valkuilen: “We gingen er in het begin van uit dat elke engineer zoiets zou willen en meteen zou weten hoe het te gebruiken”, zegt hij. In de praktijk moet Heineken blijven overtuigen, trainen en communities opzetten om mensen de tools op de juiste manier te laten gebruiken. AI-adoptie komt met andere woorden niet vanzelf.
Bij Amadeus, actief in de sterk gefragmenteerde reissector, zien ze gelijkaardige patronen. Abhishek Krishna, Head of Data, AI & Platform, vertelt dat het bedrijf champions binnen elk team aanduidt om verandering te trekken, en dat vertrouwen in de data de sleutel is tot adoptie.
Het concrete resultaat mag er zijn: voor de klantsuccesteams daalde de tijd om een rapport samen te stellen van gemiddeld veertien dagen naar drie minuten. Zijn collega Michael Yeomans, SVP Travel Intelligence, benadrukt met een mooie sectorgerelateerde pun dat het een reis is en geen bestemming, en dat de menselijke factor cruciaal blijft: “de bedoeling is medewerkers te ondersteunen, niet te vervangen”.
Voor Amadeus is precies het multicloud- en open karakter van Databricks doorslaggevend, omdat klanten verspreid zitten over meerdere clouds en on-premises.
Centrale, maar open, spil
Databricks wil dus, net als zovele techspelers, een spilrol spelen in de AI-transitie van zijn klanten. De ingrediënten die het daarvoor op tafel legt (de snelle datalaag, een contextlaag via Genie, beheer en agenten) verschillen in essentie weinig van wat Snowflake, SAP of Salesforce beloven. De consensus over wat bedrijven nodig hebben, is groot: de strijd gaat over wie die belofte het geloofwaardigst waarmaakt.
Databricks zet daarbij vol in op één troefkaart: openheid. Het open formaat, de cloud-agnostische aanpak en het verbruiksmodel waarbij het bedrijf naar eigen zeggen pas verdient als de klant echt waarde haalt, moeten het onderscheid maken. Dat die openheid bij grote ondernemingen tegen praktische beperkingen aanloopt, maakt daarbij niet zoveel uit: het gaat er voor klanten vooral om dat ze niet echt vastgeketend willen zitten.
Voor Europa is dat meer dan een technische keuze. De opensource-focus levert Databricks een plaats aan de tafel op waar soevereiniteit en dataprivacy bovenaan de agenda staan. Of die opensource-troef volstaat om zich blijvend van de concurrentie te onderscheiden, zal de komende jaren moeten blijken.
