Twee bugs in de Linux-versie van Defender kunnen beveiliging uitschakelen en het installeren van nieuwe updates voorkomen.
Microsoft heeft twee problemen bevestigd in Microsoft Defender for Endpoint op Linux. De meest ernstige bug zorgt ervoor dat de beveiligingssoftware na een herstart volledig uitschakeld, terwijl een tweede fout verhindert dat updates installeren. De problemen treffen uitsluitend Linux-versies van Defender for Endpoint. Microsoft heeft intussen updates uitgebracht die beide fouten oplossen.
Defender kan uitvallen na herstarten
Een bug treft Microsoft Defender for Endpoint-versies 101.26042.0000 tot en met 101.26042.0009 op alle ondersteunde Linux-distributies. Na een upgrade of herinstallatie kan de Defender-service na herstarten automatisch worden uitgeschakeld. Zo valt de actieve bescherming van het systeem weg totdat beheerders het probleem handmatig verhelpen.
Voor bedrijven die Microsoft Defender for Servers gebruiken in combinatie met Microsoft Defender for Cloud kan het risico groter zijn. De uitrol van updates is standaard via die Linux-extensie, waardoor getroffen versies ongemerkt op servers terecht kunnen zijn gekomen.
Microsoft heeft de oorzaak van het probleem niet bekendgemaakt, maar raadt getroffen klanten aan om zo snel mogelijk te upgraden naar versie 101.26042.0011, waarin de fout is opgelost.
Tweede bug blokkeert updates op RHEL
Daarnaast ontdekte Microsoft een tweede probleem op Red Hat Enterprise Linux (RHEL) 8 en 9 in FIPS-modus. FIPS (Federal Information Processing Standards) is een beveiligingsstandaard die vaak in gebruik is bij overheden en andere streng gereguleerde organisaties.
Op deze systemen kan de 101.26042.x-update niet worden geïnstalleerd en blijft Defender op een oudere versie draaien. Microsoft heeft dit probleem opgelost vanaf versie 101.26052.0011.
