Aan mogelijkheden voor Gaia-X geen gebrek. De geopolitieke context en de vraag naar kwalitatieve AI zouden een stormloop op soevereine data spaces moeten creëren. Ondanks interesse van over de hele wereld blijft onbekend toch nog een beetje onbemind.
“Wanneer ik Gaia-X ter sprake breng, vragen mensen me of dat nog altijd bestaat”, zegt Thibaut Kleiner, directeur van DG CNECT. Toch gelooft hij vol in het potentieel van Gaia-X en de data spaces. Kleiner deelt zijn mening op een receptie van Gaia-X, gehost door Europarlementslid Tomislav Sokol (European People’s Party – Kroatië) in een bescheiden ruimte in de catacomben van het Europees Parlement.
Competitiviteit voor de EU
Sokol schaart zich helemaal achter het initiatief voor veilig en soeverein data delen. “De trans-Atlantische relaties staan onder druk”, zegt hij. “En dat in een periode waarin data een sleutelrol spelen. De EU kan competitief zijn wat data betreft, ook met de VS en China, en dat op de EU-manier.”
Die EU-manier bestaat uiteraard uit regels, en in dit geval een versoepeling ervan met de Digitale Omnibus. “Die maken standaarden rond data delen eenvoudiger”, maakt Sokol zich sterk, “zonder ze te verzwakken.”
Tegen die achtergrond start Gaia-X aan zijn ‘tweede seizoen’, zoals aangekondigd in Porto eind vorig jaar. Seizoen één was er één van ontwikkelen en experimenteren. Voor het vervolg heeft de organisatie concrete doelstellingen, maar zoals Kleiner aankaart zijn enkele onopgeloste problemen van seizoen één nog niet helemaal van de baan.
Dat de baas van het Europese Directoraat Generaal voor Communicatienetwerken, Content en Technologie in zijn omgeving nog moet uitleggen wat Gaia-X precies is, toont immers dat het initiatief met een perceptieprobleem zit.
Geen AWS-concurrent
Gaia-X-CEO Ulrich Ahle weet hoe dat komt. “Bij de lancering van Gaia-X in 2019 was er een grote mediahype”, herinnert hij zich. “Ook in de media werd er heel wat verkondigd. Ik heb gelezen dat Gaia-X het Europese antwoord op AWS zou zijn. Dat heeft de markt ook onthouden.”
Het is nooit de missie van Gaia-X geweest om een Europese hyperscaler te zijn.
Ulrich Ahle, CEO Gaia-X
“Maar dat klopt niet”, zucht hij. “Het is nooit de missie van Gaia-X geweest om een Europese hyperscaler te zijn. Vanaf de oprichting van Gaia-X was het doel duidelijk: regels definiëren over hoe organisaties kunnen omgaan met gegevens, gebaseerd op Europese waarden. Gaia-X beheert geen datacenters. Maar de foutieve informatie is blijven plakken.”
Wat is Gaia-X wel?
Het exacte opzet van Gaia-X is heel Europees: genuanceerd, doordacht, gebaseerd op samenwerking en niet in één pakkende slagzin te vatten. Gaia-X ontwikkelt componenten en standaarden voor een architectuur die de uitwisseling van data op een decentrale manier toelaat.
Organisaties kunnen met die standaarden zelf data spaces bouwen. Dat zijn geconnecteerde ecosystemen waarin honderden of duizenden bedrijven data kunnen delen zonder hun eigendom daarvan op te geven. Data spaces worden beheerd door de deelnemers, en zijn gebouwd rond verifieerbare identiteiten.
Verder biedt Gaia-X labels die het niveau van soevereiniteit van dienstverleners beoordeelt, zodat organisaties gefundeerd kunnen beslissen van welke infrastructuur ze gebruik maken voor hun data spaces.
Bovenstaande drie paragrafen vatten kort samen wat Gaia-X doet. Spijtig genoeg voor de organisatie bekt die informatie minder goed dan het van het begin af aan foutieve ‘Europese hyperscaler’, dus is dat wat mensen tot vandaag onthouden. In een eerder artikel gingen we al dieper in op wat Gaia-X allemaal doet, wat het niet doet, hoe, en voor wie.
Van ontwikkeling naar gebruik
Ondanks de perceptiestrijd werkt Gaia-X verder aan zijn doelstellingen. Alle regels, raamwerken en componenten staan vandaag klaar om aan de slag te gaan met data spaces. In het zelfverklaarde tweede seizoen wil Gaia-X adoptie en gebruik promoten.
Het is niet zo dat de organisatie de afgelopen jaren enkel vanuit de schaduw heeft gewerkt, integendeel. EDF (dat de Franse kerncentrales uitbaat) en Airbus hebben allebei al een uitgebreide data space met hun toeleveranciers opgezet. Die heten respectievelijke Decade-X en Data4NuclearX. “Ook andere data spaces draaien al”, zegt Ahle. “Zo beheren grote autofabrikanten hun toeleveringsketen in Catena-X, waar duizenden bedrijven wereldwijd aan deelnemen.”
Meer deelnemers
Gaia-X wil de komende jaren dat meer organisaties en sectoren data spaces opzetten of erin toetreden. “Enerzijds zijn er de sectoren met enkele grote bedrijven, zoals de luchtvaart- en auto-industrie”, verduidelijkt Ahle. “En anderzijds zijn er de gefragmenteerde ecosystemen zonder echt grote spelers. De landbouwsector is daar een voorbeeld van, en smart cities een ander.”
Ook in dergelijke sectoren moeten data spaces ontstaan. Bovendien moeten die rendabel zijn. “Iedere data space moet iemand hebben die de kar trekt: de data space governance authority”, vertelt Ahle. “Zij bepalen de spelregels in een data space, en beslissen ook welk verdienmodel erachter zit.”
Van kostenpost naar verdienmodel
Dat is immers nodig. Gaia-X baat geen datacenters uit, maar data spaces bestaan niet uit ijle lucht. Ze draaien op IT-infrastructuur, maken gebruik van connectoren, en moeten beheerd worden. Dat kost geld. Volgens Gaia-X hoeft dat geen probleem te zijn: Ahle en zijn team zijn ervan overtuigd dat data delen volgens eerlijke spelregels, in data spaces, meer opbrengt dan het kost.
Ahle wil sectoren die data spaces overwegen, daarin een zetje geven. “We hebben verschillende verdienmodellen uitgewerkt met de Universiteit van Paris-Dauphine, met blauwdrukken op maat van verschillende scenario’s. We willen voorkomen dat iedere data space van nul een nieuw businessmodel op maat van hun economisch scenario moet ontwikkelen.”
Ahle en de andere aanwezigen op de receptie zien meer redenen dan ooit om met data spaces te starten. De trans-Atlantische strubbelingen die Sokol aanhaalt, spelen daarin mee, maar zijn niet alleen.

Hubert Tardieu, één van de geestelijke vaders van Gaia-X en onafhankelijk bestuurder, verwijst naar Decade-X en Airbus. “Airbus heeft 8.500 vliegtuigen in zijn orderboek staan”, zegt hij. “Vorig jaar was er een probleem met de kwaliteit van het metaal afkomstig van een kmo in de toeleveringsketen, dat voor terugroepacties heeft gezorgd. Als een goede uitwisseling van data zoiets kan voorkomen en de leveringen kan versnellen, stijgt de omzet onmiddellijk mee.”
Data spaces als gouden graal voor Europese AI
Tardieu breekt ook een lans voor verticale AI, in navolging van professor Stefan Wrobel van het Duitse Fraunhofer IAIS op de Summit. “Data afkomstig van het internet is niet bruikbaar in een professionele context, zoals voor EDF en Airbus”, schetst hij. De gegevens die AI-modellen gebruiken, moeten van een meer betrouwbare bron komen.
Dat betekent niet dat de EU plots compleet nieuwe modellen moet gaan trainen, al wijst Tardieu wel naar Mistral als capabele AI-speler. “Via retrieval augmented generation (RAG) is het nu al mogelijk om AI te koppelen aan betrouwbare data, verzameld in data spaces”, zegt hij.
Ahle valt hem daarin bij. “Er is geen AI zonder data. In de EU zijn misschien twintig procent van de data publiek beschikbaar. Bedrijven zijn terughoudend om hun waardevolle gegevens te delen, omdat ze niet vertrouwen wat er mee staat te gebeuren. Hier is er een heel duidelijke rol voor de data spaces die soevereiniteit bieden. Binnen data spaces behouden de eigenaars van de data de controle. Zij kunnen kiezen welke AI-systemen toegang krijgen, en zij kunnen profiteren van de waarde die daaraan gekoppeld is.”
Driesterrenmaaltijd of goedkope burger?
Ook Kleiner denkt dat die benadering van AI werkt, ook al is die wat trager. Hij vergelijkt de Europese aanpak rond data met de culinaire traditie van het continent. “Sommigen eten alles wat ze kunnen en zijn tevreden met junkfood. Dan krijg je rommel, en hallucinaties in de context van AI.” Hij verwijst hier naar de grote AI-bedrijven die voor de kennis van hun modellen vertrouwen op wat snel en publiek te vinden is op het internet.
De EU gaat voor een gourmet-benadering, dat duurt wat langer.
Hubert Tardieu, onafhankelijk bestuurder Gaia-X.
“De EU gaat voor een gourmet-benadering”, stelt Tardieu vast. “Dat duurt wat langer. Data moeten voorbereid worden. Op het resultaat is het wat langer wachten, maar het is veel beter.Gaia-X is niet het verleden”, besluit hij, “maar de toekomst. Gaia-X en kwalitatieve bedrijfsdata kunnen van Europa hét AI-continent maken.”
10.000 deelnemers
Gaia-X hoopt dat het volwassen raamwerk voor data spaces, gekoppeld aan economische incentives en een duidelijke link met AI, meer organisaties in meer sectoren over de streep trekt. Dat moet de rode draad vormen van het zogenaamde tweede seizoen van de data spaces. Geheel vrijblijvend is dat niet. “We hebben een concreet doel”, aldus Ahle. “We willen dat 10.000 organisaties deelnemen aan data spaces.”
Nu is de vraag of dat zal lukken. Binnen de Gaia-X-familie ontbreekt het niet aan enthousiasme. Vanuit Canada, Korea en Japan is er interesse voor de aanpak. Eenmaal buiten de bubbel, bekoelt dat wel wat.
Dat lokale organisaties nog kampen met interne silo’s en geen veilige fundering hebben om intern data te delen, horen we al eens terugkomen als punt van kritiek. Wie met die uitdaging worstelt, denkt nog niet na over gegevens delen in een data space. Gaia-X moet zich ook in die discussie opwerpen, en aantonen dat data spaces wel degelijk bovenaan de prioriteitenlijst thuishoren.
