Ziekenhuis aan de Stroom in Antwerpen is na de fusie van en GZA Ziekenhuizen het grootste ziekenhuis van België. Directeur ICT, Reinhart Maertens, moet de IT-omgeving van de twee voormalige groepen integreren, en terwijl smartphones, laptops, servers, applicaties en zelfs medische apparaten beheren en veilig houden. Ook digitale innovatie staat op zijn menu, ondanks de bescheiden middelen.
Ziekenhuis aan de Stroom, of ZAS, is het grootste ziekenhuis van België. De organisatie omvat dertien ziekenhuiscampussen, twee poliklinieken, een medisch centrum en enkele logistieke en administratieve sites hoofdzakelijk in de stad Antwerpen.
Reinhart Maertens, is als Directeur ICT verantwoordelijk voor zowat het hele IT-beheer van de organisatie. Zijn bevoegdheid strekt zich uit van medische en niet medische applicaties over de ICT infrastructuur, waaronder servers en het netwerk, tot verbonden medische apparaten. Voor dat alles krijgt Maertens een budget dat naar Belgische normen niet slecht is, maar toch achterop hinkt vergeleken met investeringen van buitenlandse ziekenhuizen in IT.
Maertens klaagt niet, maar is zich wel bewust van de uitdaging. “IT-experten die van andere sectoren komen, zoals verzekeringen of de financiële wereld, verschieten altijd van de complexiteit binnen de gezondheidszorg”, aldus Maertens. “Die is gigantisch. De uitdagingen zijn enorm, maar de middelen zijn beperkt.”
“De uitdagingen zijn enorm, maar de middelen zijn beperkt.”
Reinhart Maertens, Directeur ICT ZAS
We spreken Maertens op zijn kantoor op één van de campussen van ZAS. Door de ramen zien we de vijf algemene ziekenhuizen van de groep boven de daken uitsteken. We zijn benieuwd naar de concrete uitdagingen van zijn positie als ICT-baas binnen het nieuwe bedrijf, en zijn verwachtingen voor de toekomst.
ITdaily: “Hoe ziet de IT-omgeving waarvoor je verantwoordelijk bent eruit?”
Reinhart Maertens: “ZAS is in 2024 ontstaan uit de fusie van ZNA ZNA (Ziekenhuis Netwerk Antwerpen) en GZA Ziekenhuizen. De organisatie telt dertien zorgcampussen met ongeveer 10.000 medewerkers waarvan zo’n duizend artsen. ZAS ziet 206.000 opnames per jaar, er vinden meer dan een miljoen consultaties plaats en de vijf spoeddiensten behandelen op jaarbasis bijna 200.000 gevallen.”
“De ICT-dienst bestaat vandaag uit ongeveer 168 medewerkers, goed voor 161 voltijdse equivalenten. Het team is meteen na de fusie geïntegreerd. Dat hadden we voor de fusie zelf al voorbereid. Een half jaar voor de fusie stond er al één ICT-afdeling en die is sinds januari uitgebreid met de dienst biotechnologie.”
“ZAS ICT is verantwoordelijk voor alles wat met informatie, communicatie en biotechnologie te maken heeft. Dat omvat de klassieke IT, maar ook telefonie en medische toestellen. Die laatste zijn immers meer en meer computers op wielen, waar dan een meetinstrument of een pomp aan hangt. We beheren meer dan 9.000 endpoints, 10.000 telefoons en 40.000 medische toestellen, over alle campussen verdeeld.”
“We beheren meer dan 9.000 endpoints, 10.000 telefoons en 40.000 medische toestellen.”
Reinhart Maertens, Directeur ICT ZAS
“De IT-omgeving van een ziekenhuis is zeer complex. IT moet niet alleen de klassieke bedrijfsvoering ondersteunen, maar ook meer dan 40 medische diensten met hun specifieke noden. Binnen ZAS is de complexiteit vandaag nog hoger, aangezien we door de fusie nog zaken dubbel of zelfs driedubbel hebben. Zo zijn er naast het nieuwe domein voor ZAS nog oude domeinen voor GZA Ziekenhuizen en ZNA, twee netwerken, verschillende firewalls en nog heel wat dubbele applicaties.”
“Bijna alles is gecentraliseerd onder de ZAS ICT-afdeling, maar er zijn nog decentrale IT-diensten die enkele zaken beheren met unieke vereisten, zoals voor het klinische labo en labo pathologische anatomie , of de financiële dienst waarmee we goed samenwerken.”
Wat zijn je belangrijkste prioriteiten op dit moment?
Maertens: “We hebben drie belangrijke prioriteiten: de operationalisering van de fusie, alles wat met informatieveiligheid te maken heeft, en de opstart van een verhaal rond telegeneeskunde.”
“Op korte termijn heeft de integratie na de fusie prioriteit. Met het patiëntendossier werken we al wel in één systeem, maar het applicatielandschap is nog verre van geharmoniseerd. Omdat we ook nog verschillende domeinen hebben, moeten onze eindgebruikers in veel gevallen nog dubbele accounts gebruiken en voor dezelfde functionaliteit in verschillende applicaties. Dat hopen we tegen begin 2027 weggewerkt te hebben.”
“Wat veiligheid betreft focussen we op security in het algemeen en NIS2 in het bijzonder. Beveiliging is echt een uitdaging. Een ziekenhuis is een heel open omgeving met veel externe partijen die toegang hebben tot delen van het netwerk. Naast vaste werknemers zijn er stagiairs, interims, overheidsdiensten die auditen…”
“Leveranciers zijn ook niet altijd mee: soms zijn hun systemen al na enkele jaren verouderd, omdat we ze niet mogen upgraden. Dan zou de FDA-goedkeuring immers wegvallen. We proberen dat zo goed mogelijk te ondersteunen, onder andere door te segmenteren, maar alles heeft zijn limieten. We hebben de ambitie om naar zero trust te gaan.”
“De derde prioriteit draait rond telegeneeskunde. We gaan dat verhaal opstarten. Het is de bedoeling om patiënten virtueel buiten het ziekenhuis op te volgen, in eerste instantie met eenvoudigere zaken zoals een periodieke vragenlijst, maar dat kan op termijn veel verder gaan met effectieve telemonitoring. Met deze continue opvolging ontstaat er eigenlijk een volledig nieuwe medische dienstverlening. Die moeten we uitbouwen met technologie, maar ook de processen en organisatie moet daarop afgestemd worden.”
Begrijpt de rest van de organisatie die prioriteiten voldoende? Zit iedereen op één lijn?
Maertens: “Toevallig heb ik pas aan het ZAS-management onze digitalisatieroadmap voorgesteld met een horizon van tien jaar. De uitdagingen op ons pad zijn gigantisch. AI brengt opportuniteiten met zich mee, maar als we die willen realiseren, is er een grote omslag nodig. Ik besef dat het nog een paar iteraties zal vergen om iedereen mee te hebben. ”
“Wanneer we tien jaar vooruitkijken, gaat het eigenlijk minder over de evolutie van technologie zelf, maar eerder de snelheid waarmee onze sector nieuwe technologie kan omarmen. Het is geen geheim dat de gezondheidszorg daarin geen grote voorloper is.”
“De meeste ziekenhuizen kunnen amper de digitale continuïteit waarborgen.”
Reinhart Maertens, Directeur ICT ZAS
“In België zijn we daar niet klaar voor. De meeste ziekenhuizen worstelen met het aanhouden van het licht. 87 procent van ons totale IT-budget gaat naar draaiende houden van wat er al is. Er blijft maar dertien procent over om te investeren in nieuwe projecten. Als je ziet wat er op ons af komt, moet die marge groter. De overheid is mee verantwoordelijk voor de financiering en die moet dat goed begrijpen.”
Heeft de IT-afdeling dan toegang tot voldoende mensen en middelen om de uitdagingen tot een goed einde te brengen?
Maertens: “We mogen niet klagen, als we naar België kijken. Ongeveer 3,1 procent van de omzet van ZAS gaat naar ICT. Volgens een onderzoek van Zorgnet Icuro bij 22 Belgische ziekenhuizen zitten wij op het gemiddelde.”
“Ongeveer 3,1 procent van de omzet van ZAS gaat naar ICT.”
Reinhart Maertens, Directeur ICT ZAS
“Op internationaal niveau is het anders. ZAS is al naargelang welke cijfers je bekijkt ongeveer het derde grootste ziekenhuis van Europa. Internationaal gaat er gemiddeld 5,2 procent van de omzet naar IT. Bovendien draaien organisaties van onze omvang in het buitenland een hogere omzet. Dat heeft niets te maken met de keuzes van ZAS, maar alles met de manier waarop de financiering geregeld is.”
“Kijken we naar de noden, dan merken we toch dagelijks dat we extra slagkracht nodig hebben om écht vooruit te gaan. We hebben vandaag wel de middelen om te doen wat we moeten doen. Ik zie echter heel wat uitdagingen op ons afkomen en merk dat we amper marge hebben om daaraan tegemoet te komen. Zo investeren we in eerste instantie volop in cybersecurity. Dat is nodig, maar het helpt ons niet de zorg te verbeteren.”
“Wat mensen betreft, is het inderdaad een tijdje moeilijk geweest. De laatste zes maanden zien we wel meer respons op vacatures, zodat we keuze hebben uit profielen om aan te werven. ZAS is een maatschappelijk relevante werkgever en dat spreekt mensen aan. Bovendien kunnen IT’ers zich in onze organisatie echt specialiseren.”
Zit de toekomst van de IT-omgeving van je onderneming in de cloud, on-premises of in een combinatie daarvan?
Maertens: “Het is alleszins een fabeltje dat we vanuit de zorg niet in de cloud kunnen werken. Dat gaat ook met Microsoft en Google, zolang er correcte contractuele afspraken zijn. In theorie kunnen we dus naar de cloud, maar in de praktijk spelen er andere factoren mee.”
“Kost is daarbij een grote factor. Cloud is gewoon duur. Voor de dagelijkse bedrijfsvoering, zoals het EPD en andere applicaties, is het sop de kolen niet waard. Verder zijn we als sector niet de grootste early adopters.”
“Zo zit vandaag zowat alles on-premises, op een beetje SaaS in een private cloud na. Wat echte cloudservers betreft, beginnen we daar nu pas naar te kijken. We kijken vooral naar de cloud voor alles wat in de toekomst veel rekenkracht zal nodig hebben, zoals AI. Zo ontstaan er meer en meer casussen waarin specifieke clouddiensten interessant kunnen zijn.”
“Als ik naar de toekomst kijk, denk ik dat we binnen een vijftal jaar wel in een hybride situatie zullen zitten. De basisnoden zullen we dan on-premises voorzien, aangevuld met heel gerichte clouddiensten.”
Welke impact hebben regelgevingen zoals NIS2 en DORA op het IT-beleid?
Maertens: “Regelgeving heeft voor- en nadelen. Het grote voordeel is dat regels zoals GDPR en NIS2 cybersecurity hebben getransformeerd van een IT-probleem naar een organisatiebrede uitdaging. Zo kunnen we de organisatie beter sensibiliseren en maatregelen beter implementeren.”
“De regels helpen ook om onze toeleveranciers mee te krijgen. Daar is de situatie soms echt schrijnend. Er worden soms systemen binnengereden met compleet verouderde componenten, die zo lek als een zeef zijn. Zoiets laten wij uiteraard niet passeren. NIS2 brengt daar wel wat handvaten voor mee.
“Er worden soms systemen binnengereden met compleet verouderde componenten, die zo lek als een zeef zijn.”
Reinhart Maertens, Directeur ICT ZAS
“In de praktijk hebben we bovendien al veel van de vereisten van bijvoorbeeld NIS2 uitgevoerd. Nu moeten we dat gaan documenteren. Daar kruipt tijd in, die we niet kunnen investeren in bijvoorbeeld de harmonisatie van IT na de fusie.”
“Wat in de regelgevingen staat, is noodzakelijk. Ik ben dus blij dat ze er zijn, maar de laatste jaren slaan ze er ook wel mee om onze oren. Er is de GDPR, NIS2, de AI Act en EDHS, om er enkele te noemen. We krijgen geen extra middelen om dat er allemaal bij te nemen. We gaan er wel komen, maar wat spreiding had toch niet slecht geweest.”
Hoe gaat de organisatie om met de AI-hype?
Maertens: “Op korte termijn zijn we zoekend, al hebben we de afgelopen twee jaar toch enkele AI-cases kunnen uitwerken zoals oa. de patiëntvriendelijke brief. Die zet een medische brief tussen artsen om in mensentaal voor de patiënt.”
“Op de middellange termijn denken we niet over AI zoals Microsoft Copilot, maar willen we de achterliggende technologie op eigen bronnen laten draaien. Copilot speelt wel een rol en is ook geïmplementeerd bij werknemers, maar is niet de plek waar we naar baanbrekende innovatie zoeken.”
“Voor ons is het nu belangrijk om de architectuur klaar te maken voor de komst van AI. Daarbij gaat het vooral over onze data. De technologie is fenomenaal, maar alleen als de onderliggende databronnen goed genoeg zijn.”
“We maken nu in eerste instantie werk van gestructureerde data repositories. Databases moeten eenduidig interpreteerbaar worden, binnen één omgeving. Daar kunnen dan AI-agenten op werken. Vandaag zitten zelfs centrale gegevens nog te veel ingesloten bij één leverancier, zonder voldoende semantische context. Dat zorgt voor AI-hallucinaties.”
“We werken natuurlijk parallel. Vandaag draaien al een viertal agenten als prototype en we plannen om dit jaar op te schalen. Structurele uitrol van AI kan pas als de datalaag op orde is.”
Welke belangrijke trends volg je tot slot nog op met het oog op de komende drie jaar?
Maertens: “Natuurlijk zijn de veelbelovende opportuniteiten van AI interessant, zowel de daadwerkelijke toepassingen met meerwaarde als de uitdagingen. Ik ben verder heel geïnteresseerd in kwantumcomputers. In combinatie met AI en robotica wordt dat een grote game changer op termijn. Ik zie ons zo snel in het domein van de sciencefiction belanden.”
“Ook voor onze sector kunnen die nieuwe technologieën veel betekenen. Artsen en verpleegkundigen voeren veel administratieve taken uit die weinig met zorg te maken hebben. Hoe meer dat geautomatiseerd kan worden, hoe meer handen er aan de bedden staan.”
