Itdaily - Kan het kwaad om een hele dag een hoofdtelefoon te dragen?

Kan het kwaad om een hele dag een hoofdtelefoon te dragen?

Kan het kwaad om een hele dag een hoofdtelefoon te dragen?

Sommige mensen kunnen zich geen werkdag meer voorstellen zonder hun hoofdtelefoon of oortjes. Maar welke gevolgen heeft dat voor je gehoor? Audioloog Hannah Keppler (UGent en UZ Gent) waarschuwt dat vooral volume, luistertijd en afsluiting bepalen of dat veilig blijft.

Of je nu op kantoor werkt of een hele dag in een fabriek vertoeft, hoofdtelefoons zijn in bijna elke werkomgeving ingeburgerd. En toch staan we vaak nog te weinig stil bij de gevolgen voor onze oren om heel de dag (luid) geluid te verduren te krijgen. Wij vroegen Hannah Keppler, docente audiologie aan de UGent, om tekst en uitleg.

Volgens Keppler zijn hoofdtelefoons niet automatisch problematisch, maar het vraagt wel bewust gebruik. “We beschouwen alles eigenlijk  dat schade kan toebrengen aan het auditief systeem als lawaai”, zegt ze. Dat kan dus ook muziek zijn, of urenlange gesprekken via een headset. De schade komt zelden door één vergadering of één werkdag, maar door de optelsom van blootstelling.

Gehoorschade: volume én duur

Gehoorschade door hoofdtelefoongebruik hangt volgens Keppler vooral af van twee factoren: hoe luid iemand luistert en hoe lang dat duurt. “Het is altijd een combinatie van twee zaken: het volume waarnaar je luistert en hoe lang dat is”, zegt ze. Daarbij komt dat de werkdag niet op zichzelf staat. Wie overdag uren een headset draagt, ’s avonds met oortjes muziek luistert en in het weekend naar concerten of sportevenementen gaat, telt al die geluidsbelasting bij elkaar op.

De eerste signalen zijn niet altijd dramatisch. Mensen merken vaak eerst dat verstaan moeilijker wordt in rumoerige omstandigheden, zoals op restaurant of op een feestje. “Je hoort het wel, maar je verstaat het niet helemaal meer”, aldus Keppler. Dat kan samengaan met oorsuizingen of een verhoogde gevoeligheid voor geluiden. Bij tinnitus reageren de hersenen op veranderingen in hoe geluid binnenkomt. Bij geluidgevoeligheid geraakt de interne volumeregeling als het ware verkeerd afgesteld.

De 60-60-regel: eenvoudige vuistregel voor veilig luisteren

Voor werknemers die veel met een hoofdtelefoon werken, blijft de 60-60-regel een nuttige basis. Die stelt dat je gedurende zestig minuten luistert aan maximaal zestig procent van de volume-instelling. Daarna neem je best een pauze. “De bedoeling is na die zestig minuten om dan toch op zijn minst eventjes pauze te nemen, de oren even open te laten en andere geluiden te laten binnenkomen”, zegt Keppler. Dat is vooral relevant bij mensen die bijna de hele dag in gesprekken zitten.

De 60-60-regel stelt dat je gedurende zestig minuten luistert aan maximaal zestig procent van de volume-instelling

Veel toestellen waarschuwen intussen wanneer het volume lang (te) hoog staat. Dat helpt, maar vervangt geen gezond gedrag. Keppler benadrukt dat het niet de bedoeling is om van ’s morgens tot ’s avonds continu afgesloten te blijven. Regelmatige onderbrekingen geven het gehoorsysteem rust en beperken luistervermoeidheid. Die vermoeidheid wordt vaak onderschat. “Je bent als het ware dubbel zo hard aan het werken”, zegt Keppler over mensen die veel inspanning moeten leveren om gesprekken te volgen.

Kwaliteit en isolatie van hoofdtelefoons

Niet elke hoofdtelefoon heeft hetzelfde effect op luistergedrag. Volgens Keppler speelt de kwaliteit van het systeem een grote rol. “Hoe beter de kwaliteit van uw hoofdtelefoon, hoe minder luid je het geluid vaak moet zetten om goed naar muziek te kunnen luisteren of gesprekken goed te kunnen volgen.” Een slecht klinkende headset nodigt sneller uit om het volume op te drijven. Ook de microfoonkwaliteit telt mee, omdat slechte spraak in onlinevergaderingen meer luisterinspanning vraagt bij collega’s.

Isolatie werkt dubbel. Over-earhoofdtelefoons sluiten omgevingsgeluid vaak beter af dan oortjes, waardoor het volume lager kan blijven. Oortjes zitten dan weer dichter bij het trommelvlies. Keppler nuanceert dat grotere hoofdtelefoons ook hogere geluidsdrukniveaus kunnen produceren. Het type is dus niet de enige factor:comfort en gebruik spelen mee. “Dat is vrij individueel waar jouw voorkeur naartoe gaat”, zegt ze. Wie een systeem kiest dat goed past en voldoende afsluit, hoeft minder snel te compenseren met extra volume.

Ruisonderdrukking helpt (met mate)

Ruisonderdrukking kan nuttig zijn in landschapskantoren, treinen of andere omgevingen met veel achtergrondgeluid. Omdat externe geluiden deels verdwijnen, moet muziek of spraak minder luid staan. Voor veel kenniswerkers is dat een praktisch voordeel. Keppler ziet daarom zeker een plaats voor hoofdtelefoons met ruisonderdrukking, op voorwaarde dat ze dienen om veiliger en rustiger te luisteren. Zeker in hybride werkomgevingen kan een goede hoofdtelefoon de verstaanbaarheid verbeteren en tegelijk de geluidsbelasting beperken.

Toch waarschuwt Keppler voor een ander gebruik: ruisonderdrukking inschakelen zonder muziek of ander geluid, puur om de hele dag niets te horen. “Als je je hele dag afsluit van alle geluiden die in je omgeving aanwezig zijn, kan je het op den duur moeilijker vinden om die geluiden te verdragen”, zegt ze. Dat kan geluidgevoeligheid in de hand werken. De oplossing is dus niet om het gehoor voortdurend af te schermen, maar om gecontroleerd om te gaan met drukke geluidsomgevingen.

Van onderzoek naar tinnituszorg

Keppler combineert onderzoek aan de Universiteit Gent met klinisch werk in het UZ Gent. Ze onderzoekt lawaaislechthorendheid, preventie, diagnostiek en manieren om gehoorklachten beter in kaart te brengen. In het UZ Gent ziet Keppler vooral patiënten met tinnitus en hyperacusis, of overgevoeligheid voor geluid. Die begeleiding gebeurt in een team met neus-, keel- en oorartsen, audiologen, een psycholoog en kinesitherapeuten. 

Dat toont hoe breed gehoorklachten kunnen doorwerken. Luistervermoeidheid is daar een goed voorbeeld van. Mensen verstaan anderen soms nog wel, maar hebben steeds meer concentratie nodig. “Op het einde van de dag ben ik eigenlijk echt kapot en heb ik tijd nodig om te recupereren”, hoort Keppler geregeld.

De hoofdtelefoon blijft, maar niet zonder pauzes

De hoofdtelefoon is voor veel werknemers een noodzakelijk hulpmiddel geworden. Het risico zit niet in het toestel op zich, maar in langdurig gebruik, te hoog volume en te weinig herstelmomenten. De 60-60-regel blijft daarom een eenvoudige richtlijn: luister niet langer dan zestig minuten aan maximaal zestig procent van het volume zonder pauze. Wie daarnaast kiest voor een degelijk systeem met goede isolatie, kan vaak aan een lager volume werken.

Werkgevers hebben ook een verantwoordelijkheid. Goede headsets, rustige vergaderruimtes en aandacht voor luistervermoeidheid horen bij een gezonde digitale werkplek. Keppler ziet geen eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie sinds de opmars van thuiswerk, maar wel een bredere tendens waarin hoofdtelefoons vaker en langer worden gebruikt. De boodschap blijft nuchter: gebruik technologie om beter te werken, maar gun je oren regelmatig stilte én gewone omgevingsgeluiden.