De Linux Foundation ziet in opensource de troef voor soevereiniteit. Om die troefkaart te kunnen leggen, moeten Europese bedrijven en beleidsmakers eerst mee aan de kaarttafel zitten.
De Opensource Summit strijkt dit jaar neer in Praag. Dankzij de 35e verjaardag van Linux is het een extra speciale editie, maar de conferentie is meer dan één groot verjaardagsfeest voor ieders favoriete pinguïn Tux. Thierry Carrez, General Manager van Linux Foundation Europe zet soevereiniteit meteen centraal met cijfers uit een eigen onderzoek. “94 procent van Europese organisaties noemt digitale soevereiniteit belangrijk voor de technologiestrategie.”
Iedereen in de (Europese) technologiesector spreekt vandaag over soevereiniteit en iedereen lijkt ook een andere invulling aan het concept te geven. Volgens Carrez draait het om zicht houden op je afhankelijkheden. “Lock-in is slecht en vertraagt iedereen. Je wil zelf kunnen kiezen met welke partners en welke technologie je werkt”, zegt hij. “Je kan niet één specifiek bedrijf of land vertrouwen.”
Wake-up call
Carrez noemt de huidige aandacht voor soevereiniteit een wake-upcall waar we Trump net niet voor moeten bedanken. “Maar het is een probleem dat er altijd al was. Lock-in kan ook op specifieke landen liggen. De dreiging dat bepaalde diensten plots afgesloten kunnen worden, volstaat om de discussie op gang te brengen.”
In zijn keynote spreekt Carrez over de vrees voor kill switches en technologie die als wapen wordt ingezet. “De discussie verschuift van data-integriteit naar weerbaarheid. Kan je verder als er iets slechts gebeurt?”.
De huidige geopolitieke verhoudingen hebben Europa in nauwe schoenen geduwd. Gastspreker Johan Linåker, onderzoeker bij de Zweedse Lund University, schetst: “China heeft door exportcontroles opgelegd door de VS veel sneller het belang van soevereiniteit ingezien. De EU daarentegen heeft te lang gesteund op outsourcing, wat afhankelijkheid en een kloof in skills creëerde. Dat is nu een directe dreiging voor de nationale veiligheid”, klinkt het onheilspellend.
Dat bevestigt Paula Grzegorzewska, Strategic Partnership Senior Manager voor de Linux Foundation. “Beleidsmakers zagen open source lang niet als een ‘gewenste’ optie. We zijn op een punt gekomen dat we niet langer meer moeten uitleggen wat open source is, maar welke problemen het oplost. Wisselen kan geld kosten: je moet het zo min mogelijk pijnlijk maken.”
Keuze centraal
Dat soevereiniteit een kwestie van kunnen kiezen is, horen we voortdurend op de conferentie, zelfs van sprekers die commerciële vendoren vertegenwoordigen. “SaaS is zeker nog niet dood”, stelt Tarek Becker, CTO van BTP Fabric bij SAP. “Wij draaien de meeste kritieke workloads ter wereld. Klanten willen nog steeds een managed cloud, zonder de controle op te geven.”
“Toch hebben bedrijven de gewoonte om in de cloud alles te integreren bij één vendor. Dat vermindert hun keuze. We hebben open componenten en open interfaces nodig. Soevereiniteit kan niet van één vendor komen”, erkent Becker. Om te laten zien dat het SAP menens is, neemt het NeoNephos mee naar de beurs, een initiatief om een soeverein en Europees ‘cloud-to-edge’-platform op te zetten. “Maar het is geen SAP-only project”, voegt hij toe.
Laura Tacho, die als Senior Principal Technologist Developer Experience namens AWS spreekt, vindt Praag als gaststad symbolisch. “Praag staat gekend om zijn vele prachtige bruggen. Dat is wat we als gemeenschap moeten doen: bruggen bouwen in plaats van muren optrekken rond onze technologie. Gebrek aan vertrouwen is de grootste blokkade voor innovatie.”

Misverstanden over opensource
Er heersen nog wat misverstanden over wat open source die de experten graag voor eens voor altijd de wereld uithelpen. Jonathan Bryce, Executive Director van de Cloud Native Computing Foundation (CNCF), legt de vinger op de zere wonde. “Je hebt niets aan broncode als je die niet kan draaien en onderhouden. Zonder operationele soevereiniteit ben je snel terug waar je was.”
“Stel je eerst de vraag waar je afhankelijkheid begint. Wij zeggen niet dat je alles weer zelf moet ontwikkelen en diensten van vendoren niet meer mag gebruiken. Maar zorg ervoor dat je die keuze hebt”, voegt hij toe.
Carrez staat Bryce bij. “Men ziet open source nog te vaak als iets dat men gewoon gratis kan oppikken. Maar toegang tot code is geen continuïteit. Open source is beschikbaar dus je moet het wiel niet heruitvinden en het is betrouwbaar want je kan het nakijken. Maar continuïteit vereist investeringen en participatie”.
Een Europese leverancier biedt volgens hem geen garantie op soevereine oplossingen. “Commerciële software van een Europees bedrijf is niet per definitie beter, want dat bedrijf kan verhuizen uit Europa of worden overgenomen door een Amerikaans bedrijf.”
Opensource wordt nog te vaak gezien als iets dat je gratis kan oppikken. Bedrijven moeten het als een strategische investering zien.
Thierry Carrez, GM Linux Foundation Europe
Mee aan tafel
Daar wringt volgens Carrez net het schoentje. Hij ziet in Europa de mensen en de skills om bij te dragen aan open sourceprojecten. “Europa is een sterke regio in de ontwikkeling van Linux en Kubernetes. Er zijn geen structurele barrières, en de mindset om samen te werken is er”, zegt hij. Het rapport bevestigt dat bijna 40 procent van de wereldwijde bijdragen aan OpenStack en Kubernetes uit Europa komt.
Volgens Carrez komen die bijdragen van onderuit. “Ontwikkelaars doen het in hun vrije tijd. Bedrijven investeren er niet strategisch in. “Amerikaanse en Chinese bedrijven begrijpen beter dat elke euro, dollar of yen die je in open source investeert, zich terugverdient. Dat Europa minder grote bedrijven telt, is voor hem een te makkelijk excuus. “Het maakt financiering misschien moeilijker, maar het begrip dat opensource een strategische investering is, ontbreekt.”
In zijn keynote verduidelijkt Carrez dit met cijfers uit het rapport. “Slechts 37 procent van de Europese organisaties neemt deel aan de governance van open sourceprojecten, tegenover 59 procent die code bijdraagt. Europa moet dringend wakker worden en actiever worden in governance”, zei hij.
Carrez kijkt eerlijkheidshalve ook in de eigen spiegel. De zogenoemde ‘Platinum’-leden en ‘Gold’-leden van de Linux Foundation zijn afkomstig uit de Verenigde Staten. Ericsson is één uitzondering van de Europese uitzonderingen. “Zij doen dit echt niet uit liefdadigheid, maar omdat Ericsson het als een strategische investering ziet. De aanpak rond open source moet van bottom-up naar top-down gaan, en dat horen we nog niet bij Europese bedrijven. Wie niet volgt, mist iets.”
Tech Sovereignty Package: stap in de goede richting
De Europese Commissie stelde op 3 juni het Tech Sovereignty Package voor. Dat open source daarin een grote rol toebedeeld krijgt, was volgens Carrez “een verrassing voor iedereen”. De EU wil over zeven jaar 2 miljard euro alloceren om open source-initiatieven te ondersteunen. Dat blijft wel een aalmoes vergeleken met de 264 miljard euro die de Europese publieke sector jaarlijks aan lang niet altijd Europese IT uitgeeft, schrijft Linux Foundation in het rapport.
Carrez vindt wel dat het pakket de goede richting uitgaat. Bij beleidsmakers ziet hij echter nog te veel focus op controle. “Samenwerking is veel flexibeler dan beleidsmakers begrijpen. Niemand controleert de code nadat ze is vrijgegeven. Ze is niet van één entiteit of land, en iedereen kan deelnemen om te leren hoe je ze bouwt en draait. Dit moeten we beleidsmakers nog laten inzien.”
Zeker in België is er nog een omslag te maken. Carrez: “De afhankelijkheid van Microsoft en Google in België is bijna de hoogste in Europa. De overheid kan bij wijze van spreken platgelegd worden. Maar er zijn in België meer dan genoeg bedrijven die open source gebruiken, maar er niet openlijk over spreken. Soms moeten beleidsmakers het eerst van bedrijven horen.”
“De IT-sector is soms gefrustreerd dat beleidsmakers hen onvoldoende begrijpen, maar een gemiddelde ontwikkelaar begrijpt langs de andere kant ook niet hoe besluitvorming tot stand komt. Interactie zal tot gezondere relaties leiden. Dat is nu met AI nog belangrijker geworden. We moeten dit niet als een ‘black box’ maar als iets ‘normaals’ zien”, stelt Grzegorzewska, die in haar rol bij de Linux Foundation beide werelden probeert te verzoenen.
België is te afhankelijk van Microsoft en Google. De overheid kan platgelegd worden.
Thierry Carrez, GM Linux Foundation Europe
Globale samenwerking
Het vat treffend samen waar de Opensource Summit ronddraait. De weg naar soevereiniteit ligt volgens alle experten op de beurs niet in zelfisolatie, maar net in globale samenwerking. Overheden zijn volgens Linakers achteropgeraakt omdat ze risicoavers en conservatief zijn. Hij eindigt zijn keynote met de luidkeelse oproep: “Praat met de overheid.”
Open source moet synoniem staan voor globale samenwerking in IT. Om de troef te kunnen uitspelen, moeten Europese bedrijven en bestuurders mee aan de kaarttafel komen. Niet alleen meedoen op het niveau van code, maar het ook als een strategische investering in de toekomst zien.
Carrez sluit zijn pleidooi af met die boodschap. “De aarde is rond. Iedereen moet natuurlijk ergens wonen. Lokale wetgeving is belangrijk, maar we moeten samenwerking op globaal niveau stimuleren. Dat is voor ons de oplossing voor alle problemen. De nood was nooit hoger.”
