Belgisch internet anno 2022: Lagere prijzen, hogere snelheden, weinig concurrentie

En toen waren ze met vier, of toch voor even…

Belgie internet

De afgelopen vier jaar is onder impuls van nieuwe regelgeving de concurrentie in de telecommarkt toegenomen. Dat uit zich in scherpere prijzen voor internetconnectiviteit, vooral als onderdeel van bundels. Orange speelt daarvoor een grote rol, al dreigt die speler in Wallonië een te machtige positie te verwerven.

Het BIPT klopt zichzelf op de borst. In 2018 lanceerde de overheid naar aanleiding van een marktonderzoek nieuwe regulerende maatregelen voor de telecomsector. Het BIPT had samen met mediaregulatoren VRM, CSA en Medienrat een gebrek aan concurrentie op de markt vastgesteld. Vier jaar na hun introductie is het effect van die maatregelen goed voelbaar, al vond er geen aardverschuiving plaats. Bovendien dreigt er opnieuw consolidatie, zeker in Wallonië.

Pad geëffend voor Orange

Vier jaar geleden verplichtte de overheid operatoren om onder andere hun wholesale-tarieven te verlagen voor derde partijen die toegang wilden tot netwerkinfrastructuur. Dat effende het pad naar de intrede van Orange op de internetmarkt. Orange biedt via Telenet in Vlaanderen en Voo in Wallonië een eigen vast internet (en televisie)-aanbod, al dan niet gecombineerd met een mobiel abonnement. Het bedrijf positioneerde zich daarmee als uitdager en koos voor een agressieve prijsstrategie. Die situatie was Proximus, Telenet en Voo vreemd.

Het resultaat bleef niet uit. Orange koos voor een realistisch prijsaanbod voor zijn bundels en dwong de gevestigde providers zo om hun tarieven aan te scherpen. Het BIPT stelt vast dat je vandaag minder betaalt, of vooral meer voor je geld krijgt, wanneer je een bundel voor tv, mobiel en vast internet combineert. Over het algemeen stijgen de telecomprijzen voor bundels wel een beetje, maar minder dan de inflatie.

Bron: BIPT

Bovendien werd de markt diverser. Het BIPT ziet het aandeel van Orange in de breedbandmarkt bijvoorbeeld verdrievoudigen van 110.000 breedbandlijnen naar 400.000 lijnen. Die groei ging haast exclusief ten koste van de drie grote providers, die het verlies wel wat konden temperen met hun B-merken (Scarlet, Zuny en Tadaam).

Er zit helaas een flinke adder onder het gras: de opkomst van Orange heeft enkel een positieve impact op pakketprijzen. Wie enkel vast internet wil, is er nog steeds aan voor de moeite. De prijzen daarvoor zijn nog steeds erg hoog, zonder dat daar een significant betere dienstverlening tegenover staat. In contrast met de buurlanden blijven we bovendien met z’n allen veel betalen voor telecom.

Weinig grote spelers

Het BIPT stelt dan ook vast dat de Belgische breedbandmarkt al bij al heel geconcentreerd blijft. Telenet, Proximus en Voo houden 80 procent van de markt in handen. Orange, dat vandaag een uitdager is, dreigt zich bovendien te ontpoppen tot institutionele speler. Het bedrijf gaat Voo overnemen, al is de goedkeuring daarvoor nog niet rond. Gaat die acquisitie door, dan hebben Proximus en Voo in Wallonië een duopolie met 98 procent marktaandeel en verliest Orange zijn underdogpositie.

Op Orange na ging geen enkele alternatieve operator er echt op vooruit. Samen is hun marktaandeel amper 2 procent. Daarvoor telt het BIPT spelers als Edpnet samen met zakelijke operatoren zoals Destiny, Win en BT. Dat toont aan dat alternatieve infrastructuurproviders zoals Eurofiber, die zich richten op de zakelijke markt, voorlopig toch vooral grote vissen binnenhalen en minder volumepenetratie kennen.

Beterschap met glasvezel?

Er is potentieel voor beterschap. De regulering van de telecommarkt zorgt ervoor dat het glasvezelnetwerk dat Proximus samen met verschillende partners aanlegt, ook open moet zijn. Telenet kondigde pas nog aan dat het in zee gaat met netbeheerder Fluvius om zijn eigen FTTH-netwerk aan te leggen, dat eveneens open zal zijn. Dat maakt in theorie van de meet af aan concurrentie mogelijk voor fiber-to-the-home (FTTH), al is het nog afwachten of daar geloofwaardige spelers de kop zullen opsteken.

lees ook

Eurofiber: Belgische glasvezelkampioen voor de hype

Een handvol spelers zoals Be Cactus en Multifiber bieden momenteel al glasvezel op een handvol locaties, maar het BIPT omschrijft hun marktaandeel op dit moment als marginaal. Over het algemeen lijkt het er wel op dat telecom ook de komende jaren nog in handen zal zijn van een triumviraat.

Investeringen en ambities

De toegenomen maar nog steeds beperkte concurrentie zorgt dus niet meteen voor een grote verschuiving in prijzen, al zit de trend voor bundels wel goed. Gelukkig is er wel voldoende concurrentiedrang tussen de grote providers om investeringen op niveau te houden. Meer nog: in 2021 werd 24,3 procent van de omzet uit elektronische communicatie volgens het BIPT opnieuw geïnvesteerd. In de rest van Europa is dat gemiddeld maar 18 procent. De glasvezel-ambities zijn bovendien niet min.

Te midden van de evoluerende markt neemt het belang van telecom verder toe. Zo is het aantal breedbandaansluitingen tussen eind 2017 en eind 2021 nog met 13,5 procent toegenomen van 4,3 miljoen naar 4,8 miljoen. De zakelijke markt is verantwoordelijk voor ongeveer 800.000 aansluitingen. Particuliere aansluitingen worden echter steeds belangrijker, ook voor zakelijke doeleinden. Succesvol telewerk vereist immers een degelijke thuisconnectie.

Weg met DSL

In dat opzicht is het niet verwonderlijk dat de verouderde DSL-technologie aan terrein verliest. In absolute cijfers zijn er wel iets meer gezinnen en bedrijven die voor breedband via DSL kiezen, omdat ze geen echte keuze hebben, dicht bij de verdeelkast wonen, of fan zijn van weinig internet voor veel geld. Procentueel daalde het aandeel de afgelopen vier jaar wel van 48 procent naar 43 procent.

Bron: BIPT

Dat komt onder andere dankzij Orange dat een alternatieve kabeloplossing aanbiedt, de FTTH-uitrol van Proximus, en de opkomst van alternatieven. Denk daarbij aan ‘fixed wireless access’, waarbij het internetsignaal niet van een kabel maar via 4G of 5G binnenkomt. Die optie is intussen goed voor vijf procent van de aansluitingen.

Sneller dan ooit (in theorie)

Ook de snelheid van de gemiddelde breedbandaansluiting gaat omhoog. Twee derde van de aansluitingen is goed voor een snelheid van tenminste 100 Mbps. Het BIPT stelt vast dat eind 2017 nog maar 52 procent van de verkochte aansluitingen minstens 100 Mbps voorzag, waar dat intussen 69 procent is. Let wel: De cijfers betreffen verkochte aansluitingen. Proximus zal je met plezier een 100 Mbps-DSL-aansluiting verkopen, die je in de praktijk maar 50 Mbps oplevert.

Bron: BIPT

Het valt verder op dat twee procent van de aansluitingen intussen een snelheid van een gigabit of meer aankan. Telenet biedt die optie over de Coaxkabel aan consumenten via de Speedboost-optie, terwijl Proximus een gigabit kan leveren voor klanten die al aangesloten zijn op het steeds groeiende glasvezelnetwerk.

Schouder aan schouder met Kroatië

Afname van enkel internet blijft zoals gezegd een moeilijke optie. Standalone internet met een onbeperkt volume is volgens het BIPT vandaag geen rationele keuze. Bovendien valt het op dat ons land het enige is in de EU, op Kroatië na, waar providers nog proberen om standalone internet met een beperkt volume aan te bieden. De prijzen evolueren wel lichtjes in de goede richting, maar al bij al blijft een los internetabonnement te duur.

De kwaliteit van de netwerken in ons land zit snor en er vinden grote investeringen plaats om netwerken via FTTH nog sneller te maken. Dat twee procent van de aangesloten partijen vandaag al voor gigabit kiest, toont het belang daarvan. De dynamiek in de markt gaat dankzij Orange voorlopig de goede richting uit, al beperkt de winst zich voornamelijk tot bundels. Ook voor de kmo-markt zijn Proximus, Telenet, Orange en Voo dominant, toont het geringe marktaandeel van de ‘andere’ spelers waartoe specialisten zoals Destiny en Win behoren. Op het einde van de rit betalen we allemaal nog steeds meer dan in onze buurlanden.

nieuwsbrief

Abonneer je gratis op ITdaily !
  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.
terug naar home