Itdaily - Achter de schermen bij de Nederlandse datacenterfabriek waar HPE op vertrouwt

Achter de schermen bij de Nederlandse datacenterfabriek waar HPE op vertrouwt

Achter de schermen bij de Nederlandse datacenterfabriek waar HPE op vertrouwt

Modulaire datacenters winnen aan populariteit, maar hoe gaat het maken ervan in zijn werk? ITdaily gaat kijken bij Nederlandse Contour Advanced Systems in Nederland.  

Wie naar de fabriek van Contour Advanced Systems rijdt, verwacht niet meteen uit te komen bij een plek waar een stuk van de Europese AI-infrastructuur wordt gebouwd. We komen aan in Arsseveld, een dorpje in het oosten van Nederland, ver weg van de grote traditionele datacenterhubs in en rond Amsterdam.  

Spelen met Lego 

Op deze onverwachte plaats bouwen Contour en HPE aan modulaire datacenters die bedoeld zijn voor de wereld van morgen. Bij aankomst gaat het al snel over de USP van Contour Advanced Systems, het tempo. “We zijn trots op desnelheid waarmee we bouwen, uitrollen en opschalen,” vertelt Eric Klaassen, CEO van Contour Advanced Systems 

Binnen schetst HPE eerst het grotere verhaal. De klassieke route, dus een datacenter ontwerpen, vergunningen regelen, bouwen en testen, duurt al snel enkele jaren. Voor AI-toepassingen is dat te traag geworden. De rekendichtheid loopt op tot honderden kilowatts per rack en daar zijn bestaande datacenters vaak op geen enkel vlak op voorzien.  

Daar komt de modulaire aanpak in beeld: de units worden geassembleerd in de fabriek terwijl de uiteindelijke locatie wordt voorbereid, waarna de verschillende componenten als bouwstenen in elkaar worden gezet als het terrein er klaar voor is. “Lego”, noemt Matthies Malte van HPE het zelf. “Allemaal verschillende blokken die samen een schaalbaar geheel vormen.” 

Eerst theorie, dan veiligheidsschoenen 

Na de presentatie is het tijd om de veiligheidsschoenen aan te trekken en via de gang naar beneden de fabriek in te stappen. Daar wordt het verhaal ineens zichtbaar. Waar boven nog werd gesproken over workloads en time-to-market, staan beneden enkele modulaire datacenters op een rij in verschillende niveau’s van afwerking. De ene unit is net binnen en zit nog vroeg in de bekabeling, de andere staat al veel verder in het proces.  

We zien hier geen massaproductie zoals in de auto-industrie, maar wel een ritme waarin herhaling en specialisatie hun vruchten afwerpen. “We komen zelfs plaats tekort, er zijn plannen om een volledig nieuwe hal te zetten.”

In deze hal werken ongeveer veertig tot vijfenveertig mensen in de productie. Eén pod kan op zes tot zeven weken volledig worden gemaakt en getest. Van projectstart tot oplevering rekent Contour meestal op drie tot vijf maanden, afhankelijk van engineering en levertijden van componenten. 

Wat hier gebouwd wordt, ziet er op het eerste zicht uit als een gewone container, maar wie het woord gebruikt, heeft het onmiddellijk geweten. “Dit zijn absoluut geen aangepaste zeecontainers”, zegt Geert Van de Paar, CTO bij Contour Advanced Systems. “Ze worden van nul af aan gebouwd met stalen balkconstructies en geïsoleerde panelen.  

De vloer is ook geen standaard vloer, want die is extra verstevigd om de enorme gewichten van de racks te kunnen dragen.” In gewone datacenters kan er prima gestapeld worden, maar hier gaat het om IT-apparatuur die richting de 3.000 kilo per rack kan gaan. Daarom bouwt Contour dorpjes van containers, geen stapeltorens. 

Waterkoeling is hip 

In een van de units wijst de gids omhoog, naar het dak. Daar zitten de warmtewisselaars, licht schuin geplaatst, met aan de ene kant filters en aan de andere kant geïsoleerde leidingen voor koud water. “Elke coil levert 50 kilowatt, twee per sectie, zes in totaal. Dat is goed voor 600 kilowatt aan luchtkoeling. De complete unit waar we voor staan, komt uit op 1,6 megawatt.” 

Voor de nieuwste AI-systemen is luchtkoeling niet krachtig genoeg. Water is terug ‘in’ bij datacenters, benadrukt HPE meerdere keren. Sommige systemen zijn hybride, ze werken ongeveer op een derde lucht en twee derde met directe vloeistofkoeling. Anderen zijn volledig direct watergekoeld.  

Water is terug ‘in’ bij datacenters

Contour past de pods daarop aan tot in de leidingconfiguratie. De gids wijst naar een aanpassing waar hij duidelijk trots op is. Leidingen die eerst verticaal liepen, zijn horizontaal gemaakt, met meer ruimte om beter verschillende opstellingen te kunnen ondersteunen. 

Het team achter de bouw 

Wie denkt dat het werk begint op het moment dat de materialen binnen zijn, ziet in de engineeringruimte hoe groot de voorbereiding is. Daar werkt een team van ongeveer 24 mensen aan het ontwerp. Ze beginnen met een analyse van de klanteisen en zoeken samen met HPE naar de best passende basisconfiguratie, bijvoorbeeld een DC8 of DC16, om die vervolgens te personaliseren. De ene klant vraagt een andere rackindeling, de andere wilt specifieke toegangsbeveiliging of brandblusvoorziening.  

Bij een project voor het Franse ministerie van Defensie moest zelfs rekening worden gehouden met 650 glasvezelkabels, waarvoor kunststof kabelgoten logischer waren dan metalen. Alles wordt vervolgens in-house uitgewerkt: van schema’s voor de stroomverdeling tot productietekeningen, kraaninstructies en layouts. 

Die engineeringfase duurt normaal gezien tussen de drie en zes weken. Daarna is de fabriek afhankelijk van externe partijen en moeten ze wachten op de lange levertijden van cruciale componenten. Een busbarsysteem kan soms tot veertien weken nodig hebben. Ook de behuizingen komen van onderaannemers. Contour levert de tekeningen en verwacht dat verschillende leveranciers exact hetzelfde bouwen. 

“Dat lukt,” vertelt Van de Paar: “Vier units van drie verschillende fabrikanten staan hier naast elkaar, en voor iemand die er niets van kent zijn ze nauwelijks van elkaar te onderscheiden.” 

Slimmer koelen 

In de uitleg over het klimaatsysteem valt op hoe anders hier naar koeling wordt gekeken dan in veel traditionele datacenters. Niet gewoon zoveel mogelijk koude lucht in een ruimte pompen, maar de natuurlijke luchtstroom volgen. Warme lucht stijgt op, wordt bovenin via de warmtewisselaars gekoeld en valt dan weer omlaag. Het system meet temperatuur en druk en stuurt op basis daarvan de ventilatoren aan.  

Er zijn meerdere koelzones en sensoren. Loopt de temperatuur op, dan treedt het systeem in werking; ontstaat er overdruk, dan schakelt het terug. “Wie lang genoeg in zo’n pod blijft staan, hoort het systeem letterlijk reageren,” klinkt het. 

Zelfs branddetectie is hier onderdeel van het doordacht ontwerp. Een rode kunststof buis met kleine gaatjes loopt langs het dak. Die zuigt lucht aan, analyseert alle deeltjes en kan nog vóór er brand ontstaat alarm slaan. In de units zit een uitschuifbare kast met brandblussers die afgestemd is op lokale regelgeving. Het is niet verrassend dat dit oog voor detail ervoor zorgt dat de datacenters van Contour ook graag gezien zijn in de wereld van defensie

Snelle infrastructuur 

De snelheid valt vooral op. Niet alleen omdat deze pods sneller gebouwd kunnen worden dan een traditioneel datacenter, maar omdat ze passen bij een markt die steeds sneller moet handelen. HPE spreekt over AI-systemen die steeds dichter, zwaarder en energie-intensiever worden. Contour laat zien wat dat in de praktijk betekent: stalen verstevigingen, leidingen, stroomschakelaars en ingenieursteams die tot op het ventielniveau uitwerken hoe zo’n datacenter moet functioneren. 

En dus blijft het beeld hangen van die fabriekshal, waar een paar ‘saaie’ modules naast elkaar staan. Nog zonder GPU’s, sommigen zelfs zonder deur of muren. Maar straks zijn het compacte datacenters die straks wereldwijd neergezet worden als infrastructuur voor AI, wetenschap of defensie. Geen containers dus, maar wel infrastructuur voor de digitale capaciteit die bedrijven nodig hebben om vandaag de dag optimaal te kunnen functioneren.