Itdaily - Het imagoprobleem van datacenters: “Onwetendheid voedt onbegrip”

Het imagoprobleem van datacenters: “Onwetendheid voedt onbegrip”

Het imagoprobleem van datacenters: “Onwetendheid voedt onbegrip”

De perceptie van datacenters in België en Nederland is overwegend negatief, terwijl ze essentieel zijn voor innovatie. Volgens experten uit de sector is dat te wijten aan diepgewortelde onwetendheid bij zowel de bevolking als de overheid. “Mensen weten niet wat datacenters doen”. 

Datacenters spelen een fundamentele rol in de digitale economie, maar krijgen het in de publieke opinie vaak zwaar te verduren. Ze zouden te veel energie verbruiken en de stroomnetten onder druk zetten. Maar klopt dat beeld wel? Als je het aan zes experten uit de industrie vraagt, krijg je een overduidelijke ‘neen’ als antwoord.  

Tijdens een rondetafelgesprek over datacenters georganiseerd door ITdaily, zoeken we naar de oorzaak. Aan tafel zitten Martijn Aerts, VP Secure Power Belgium & Nederland bij Schneider Electric; Jeroen Derveaux, Department Manager DBFM & Datacenters bij Equans; Kenneth Deviaene, Solution Sales Representative bij Combell; Eric Lisica, COO bij Kevlinx; Karel Verplaetsen, Technical Systems Engineer bij Panduit en Patrick Van der Wilt, Chief Commercial Officer Penta Infra. De experten zijn het eens dat de slechte reputatie van datacenters vooral voortkomt uit onbegrip en onwetendheid.  

De sector wil daar graag definitief komaf mee maken. Nu AI-projecten met mondjesmaat hun weg naar Belgische datacenters beginnen vinden, is er meer dan ooit nood aan datacenterinfrastructuur. Anderzijds botst die groei op weerstand. “We vechten al tien tot vijftien jaar tegen die perceptie, maar met weinig succes. Het voelt als vechten tegen de bierkaai”, zucht Lisica.  

Ironische discussie 

Ook Aerts moet tot zijn spijt vaststellen dat datacenters een moeilijke reputatie hebben in België en Nederland. “Maar zonder datacenters heb je geen innovatie. Er heerst een ironische discussie die mee gevoed en in stand wordt gehouden door de overheid.” “Dat mensen op online platformen als Facebook klagen over datacenters, zegt genoeg over de brede kennis bij de bevolking”, schets Van der Wilt de ironie. 

“Als sector proberen we het verhaal wel uit te leggen, maar we zijn ingehaald door het emotionele argument”, pikt Lisica weer in. “Iedereen wil wel gebruik maken van de servers en computers in datacenters, maar er wordt geen link gelegd tussen dagelijks gebruik van digitale diensten en de nood aan datacenters”. 

We vechten al tien tot vijftien jaar tegen die perceptie, maar met weinig succes

Eric Lisica, COO Kevlinx

“Digitale infrastructuur is bijna een vies woord geworden”, voegt Verplaetsen toe. “De vraag naar soevereiniteit neemt toe, maar de vraag om in nieuwe datacenters te investeren niet. Alles is vandaag geconnecteerd. Dat verband wordt niet begrepen”.  

Onjuiste vooroordelen 

De datacenterindustrie krijgt daardoor af te rekenen met oneerlijke vooroordelen. Derveaux: “Je hoort mensen wel eens zeggen ‘steek het maar in de cloud’, maar de cloud is het datacenter. Iedere toepassing vereist rekenkracht en genereert warmte. De media spelen een rol om aan het grote publiek uit te leggen wat een datacenter doet. Datacenters kunnen net bijdragen aan het oplossen van het energievraagstuk door bijvoorbeeld capaciteit op het net te brengen tijdens piekmomenten of investeringen in groene energie te stimuleren.”  

“Af en toe zoeken de media ons”, vindt Aerts. “De focus in de berichtgeving ligt te vaak op het verbruik, met irrelevante en onjuiste vergelijkingen. Dat veegt alles weg wat we rond duurzaamheid doen, terwijl de sector hier net grote vooruitgang in geboekt heeft.”  

“Moeten we ons dan niet afvragen hoe we de andere kant van het verhaal kunnen overbrengen?”, werpt Lisica op. “Men vergeet wat er zonder datacenters zou gebeuren. Dan keren we terug naar gedecentraliseerde IT, wat veel minder duurzaam is.” 

De onwetendheid strekt zich uit over meerdere generaties. “Het verbaast me dat zelfs jongeren totaal niet lijken te weten wat een datacenter doet”, stelt Deviaene vast, “terwijl zij net veel gebruik maken van diensten die datacenters ondersteunen. Iedereen maakt gebruik van streaming, cloudopslag etc., maar datacenters mogen dan geen energie verbruiken, terwijl het veel minder geweten is dat ze net het meest duurzame alternatief bieden om die toepassingen te draaien.”  

Het verbaast me dat zelfs jongeren totaal niet lijken te weten wat een datacenter doet.

Kenneth Deviaene, Solution Sales Representative Combell

Nood aan leiderschap 

Volgens de tafel speelt ook de overheid een belangrijke rol om de bevolking mee te krijgen in het verhaal. Maar ook op dat niveau vindt de sector onvoldoende steun. “Er is verbetering, maar er zijn binnen de overheid nog te weinig mensen die de sector op een goede manier kunnen vertegenwoordigen”, legt Lisica de vinger op de zere wonde. 

Verplaetsen beaamt. “Mensen worden geparachuteerd in een job, zonder altijd over voldoende kennis te bezitten. De regering promoot misschien wel de werkgelegenheid die nieuwe datacenters met zich meebrengen, maar niet het datacenter zelf. Dat zou net een moment zijn om te benadrukken dat iedereen datacenters gebruikt. De investeringen die nu gebeuren, zijn vooral van cloudspelers, zoals Google”. 

Aerts ziet een andere oorzaak. “De kennis is er volgens mij wel, maar het is meer een kwestie van stappen durven zetten. Bart De Wever bijvoorbeeld, die snapt het wel. We spreken over snelheid en schaalbaarheid, maar trappen toch continu op de rem als het niet samengaat met energie. Dat is geen kwestie van kennis, maar van wiens belangen worden gediend. Hyperscalers worden dan vaak geviseerd. Kijk naar wat in Nederland is gebeurd, waar Meta zowat is weggepest door de lokale overheid.” 

“Er is nood aan leiderschap”, vindt ook Van der Wilt. “Nu is er te weinig coherentie op de verschillende bestuursniveaus. Andere landen zoals Frankrijk zetten datacenters prominenter op de agenda om economische en militaire macht uit te bouwen. België zit met Brussel goed gepositioneerd in Europa, maar dan moet je nu als regio duidelijk kiezen wat je wil bereiken. Anders krijg je iets wat minder interessant is.” 

Commercieel argument 

De experten kijken toch optimistisch naar de toekomst. Datacenters mogen dan de perceptie nog tegen hebben, maar zullen onmisbaar blijven voor de verdere digitale ontwikkeling van België. Die boodschap overbrengen, zal cruciaal zijn om het momentum te verzilveren. “Commerciële argumenten worden ons eigenlijk in de schoot geworpen”, zegt Lisica. 

Derveaux en Verplaetsen stemmen in. “De AI-trein is stilaan vertrokken in België. Het zijn boeiende tijden, maar er is nog werk aan de bewustwording”, zegt Derveaux. “Er liggen veel opportuniteiten als alles samenkomt. We moeten ons als meer promoten en duidelijk maken wat datacenters doen, en dat ze niet gewoon stroom afpakken”, voegt Verplaetsen toe.  

“Datacenters zijn nog geen ‘commodity’, maar mensen zullen mee op de trein willen springen. Andere partijen komen hierdoor in beeld en zullen elkaar vinden. Dat moet ook rijmen met wat nationale en lokale overheden willen. Als we iedereen samen op één lijn krijgen, dan verandert de discussie”, besluit Aerts. 

België zit met Brussel goed gepositioneerd in Europa, maar dan moet je nu als regio duidelijk kiezen wat je wil bereiken.

Patrick Van der Wilt, Chief Commercial Officer Penta Infra

Dit is het tweede artikel in een reeks van drie naar aanleiding van onze ronde tafel rond datacenters. Klik hier om de themapagina te bezoeken met de andere artikels, de video en onze partners.