België zal zich niet ontpoppen tot hotspot voor grote AI-fabrieken, en gelukkig maar. De regio heeft andere troeven, waaronder bevolkingsdichtheid en connectiviteit. Datacenters kunnen hier een concrete en lokaal verankerde rol spelen, maar dan is er visie en leiderschap nodig.
Noord-Amerika is misschien een stapje voor op onze contreien, maar ook in België beginnen organisaties te denken aan de uitrol van AI-workloads, al dan niet op lokale infrastructuur. Tijdens het rondetafelgesprek over datacenters, georganiseerd door ITdaily vorig jaar, bleven gesprekken nog redelijk theoretisch. Dat is op de editie van dit jaar anders.
Concrete (test)projecten
“We zien de eerste concrete projecten”, merkt Karel Verplaetsen, Technical Systems Engineer bij Panduit. Jeroen Derveaux, Department Manager DBFMO bij Equans bevestigt: “Specifieke vragen komen binnen. Het gaat niet om de vraag naar 100 MW-datacenters, maar een verandering in het landschap is merkbaar.”
Kenneth Deviaene, Solution Sales Representative bij Combell, zit mee rond de tafel en ook hij merkt dat klanten Combell benaderen met concrete vragen over AI-toepassingen. “Er lopen heel wat projecten, maar het blijven wel vooral tests. Operationele projecten, die echt in productie draaien, daar is het toch nog wat te vroeg voor.”
Er lopen heel wat AI-projecten, maar het blijven wel vooral tests.
Kenneth Deviaene, Solution Sales Representative Combell
Geen fabrieken
Zowel vanuit de kant van eindklant als vanuit het perspectief van infrastructuurspecialisten stijgt de vraag naar AI-infrastructuur in België dus. Wil dat dan zeggen dat het landschap binnenkort gedomineerd zal worden door grote AI-fabrieken?
Dat wil Patrick Van der Wilt, CCO van Penta Infra, toch meteen nuanceren. “De discussie over AI-fabrieken domineert, maar België en Nederland zijn niet geschikt voor die rol”, denkt hij. AI-fabrieken zijn enorme sites met één doel: rekenkracht en stroom zo snel mogelijk converteren naar ‘tokens’: een eenheid voor denkcapaciteit van AI.
De discussie over AI-fabrieken domineert, maar België en Nederland zijn niet geschikt voor die rol.
Patrick Van der Wilt, CCO Penta Infra
Twee zaken zijn daarvoor belangrijk: goedkope stroom en beschikbare ruimte. Dat verklaart waarom grote projecten rond AI-fabrieken eerder in het zuiden neerstrijken. “Het gaat daar echt over duizelingwekkende dichtheden en aantallen”, aldus Van der Wilt.
Ook in Scandinavië, waar waterkracht alomtegenwoordig is en koeling minder energie vergt, zijn stroom-intensieve projecten niet noodzakelijk taboe. De LUMI-supercomputer, waaraan ook België heeft bijgedragen, staat niet voor niets in Finland. DeepL traint dan weer eigen modellen in een AI-fabriek in Zweden.
Andere rol voor Benelux
In België is de beschikbare ruimte schaarser en de stroom een stuk duurder, om nog maar van Nederland te zwijgen. Daar is het elektriciteitsnet niet in staat om de grote vermogens te leveren die een AI-fabriek vereist.
Toch zitten naast Verplaetsen, Derveaux, Deviaene en Van der Wilt ook Martijn Aerts, VP Secure Power voor België en Nederland bij Schneider Electric, en Eric Lisica, COO bij Kevlinx, rond de tafel. De congregatie van experts rond datacenter, datacenter-infrastructuur en dienstverlening suggereert dat er ook voor de Benelux een rol is weggelegd.
Unieke troeven
België heeft wel degelijk zijn troeven. Brussel is bijvoorbeeld een interessante locatie, omwille van de lage latency naar de FLAP-regio”, vertelt Lisica. “De hele regio is bovendien erg goed geconnecteerd”, voegt Derveaux toe. Nabijheid en connectiviteit met de bestaande grote datacenters, samen met een hoge bevolkingsdichtheid, maken het wel degelijk interessant om datacenters neer te poten.
De hele regio is bovendien erg goed geconnecteerd
Eric Lisica, COO Kevlinx
De vraag is dan wat voor datacenters een meerwaarde hebben in België. Dat vraagt Deviaene zich ook af: “We hebben vijftien projecten lopen met GPU-as-a-Service voor AI. Die GPU’s staan in een datacenter in Denemarken, niet in de VS. Moesten we ze hier hosten, zou de prijs van de dienst omhooggaan.”
Kennis en verankering
De experts zien een grotere rol weggelegd voor iets kleinere datacenters die strategisch geplaatst en dicht bij gebruikers staan. In de context van AI ligt de focus dan niet op de training van AI-modellen, maar wat je met die modellen doet. Martijn Aerts heeft een duidelijk idee: “België is een kenniseconomie. We moeten academici en AI samenbrengen.”
Dat beaamt Van der Wilt. “We kunnen diensten samenbrengen in lokale hubs.” De tafel denkt luidop na over een Benelux-regio, met een as tussen Leuven (met de KUL en Imec), en Eindhoven (met Brainport).
“Datacenters moeten de economie en de bevolking dienen”, vervolgt Aerts. “Het is belangrijk om de lokale economie daarbij te betrekken.” Daarbij is het niet nodig om heel groot te denken.
Hij verduidelijkt: “Het kan ook al nuttig zijn om één AI-rack voor inferentie te plaatsen in een colocatie-datacenter. In zoiets kan België heel groot worden. Er is hier misschien een rol weggelegd voor de telecomsector.” Aerts denkt dan aan het concept van microdatacenters, gekoppeld aan de goed geconnecteerde sites die al voorhanden zijn.
Goed voor de perceptie
Van der Wilt ziet ook wel iets in gemixte zones en lokale hubs, met datacenters die een lokaal verankerde rol spelen. De connectie met lokale bedrijven en onderzoekers zal volgens Aerts bovendien de reputatie van datacenters ten goede komen.
Derveaux ziet ook hoe een boost in de perceptie van de sector welkom is. Datacenters worden immers al te snel bestempeld als grote energieslokops, terwijl een modern datacenter net een efficiënte plek is om IT-capaciteit voor bedrijven te draaien. “Een datacenter kan bijdragen aan de oplossing van het energievraagstuk”, denkt hij. “Bijvoorbeeld door capaciteit voor piekmomenten op het net te brengen, of investeringen in groene energie te stimuleren.”
Het energievraagstuk: use it or lose it
Er is vandaag ook in België een spanningsveld tussen datacenters en de energievoorziening. “Stroomvoorziening is een struikelblok”, erkent Verplaetsen. Derveaux ziet wel beterschap, aangezien er wordt gesleuteld aan nieuwe infrastructuur voor energiedistributie en ook oude wordt opgewaardeerd.
Stroomvoorziening is een struikelblok.
Karel Verplaetsen, Technical Systems Engineer Panduit
“Er is een probleem wanneer capaciteit gereserveerd wordt, die nu nog steeds niet gebruik wordt”, merkt Lisica op. “Dat gebeurt in de Benelux. Use it or lose it: daarmee zou al extra netcapaciteit vrijkomen.”
Tijd voor een duidelijke visie
Tijdens het gesprek wordt de link met politiek en beleid steeds duidelijker. Datacenters kunnen in België een belangrijke economische rol spelen en lokale innovatie stimuleren, maar dan is het nodig dat het land duidelijk stelt wat het wil.
“Er is nood aan leiderschap en strategie”, aldus Lisica. Verplaetsen ziet een gebrek aan kennis op hoog niveau, terwijl Aerts vaststelt dat er zelfs met de nodige kennis op de rem getrapt wordt.
“De laatste jaren is er wel heel wat verbeterd op het beleidsniveau”, vindt Lisica. Het belang van datacenters wordt minder onderschat, en er is een beter begrip over de noden, maar het volstaat nog niet. “Het voelt als vechten tegen de bierkaai.”
De datacenter-uitbaters staan klaar om nieuwe sites te bouwen. De vraag is er, onder andere van organisaties en academische instellingen. Dat benadrukt Deviaene vanuit zijn rol bij Combell. Binnen de sector is het ook best duidelijk welke rol België kan spelen. Kleinere datacenters met een groene insteek, met verankering in de regio, zijn hier veel relevanter dan grote AI-factories. Nu moet het beleid nog mee. “Je moét kiezen welke rol je als regio wil spelen”, besluit Van der Wilt.
Dit is het eerste artikel in een reeks van drie naar aanleiding van onze ronde tafel rond datacenters. Klik hier om de themapagina te bezoeken met de andere artikels, de video en onze partners.
