Heb je alle RAM in huis die je in de nabije toekomst nodig hebt? Of zijn toch minstens alle nieuwe pc’s voor je bedrijf al aangekocht? Indien niet, heb je er het komende jaar hopelijk geen nodig want AI jaagt de prijzen flink de hoogte in.
AI zal de wereld verbeteren, als we AI-boeren mogen geloven. Even geduld is misschien aan de orde, maar dat moeten we maar opbrengen om ergens binnenkort de AI-gedreven tuin van Eden te mogen binnenstappen, (‘AI’-)laptop in de hand. Op korte termijn zal de ontwikkeling van AI en de bouw van AI-datacenters er vooral voor zorgen dat die nieuwe pc duurder wordt en je smartphone minder geheugen bevat.
Triopolie
Dat zit zo: geheugen is een markt die erg gevoelig is voor vraag en aanbod. Dat komt omdat er maar drie geheugenfabrikanten van belang zijn: SK Hynix, Samsung Electronics en Micron. Samen hebben ze zo’n 93 procent van de markt in handen.
Geheugenchips zijn microchips, die net als CPU’s en GPU’s op wafers worden gebakken. SK Hynix, Samsung en Micron hebben verschillende fabrieken met daarin verschillende productielijnen met apparatuur om geheugenchips op wafers te bouwen. Zo’n fabriek neerpoten duurt jaren en kost miljarden, dus fabrikanten zetten er niet zomaar ééntje bij.
RAM is de nieuwe olie
Dat hebben ze wel geleerd: begin 2023 kelderde de prijs van geheugen omdat de capaciteit van de fabrieken veel groter was dan het aanbod. Daar sta je dan als geheugenfabrikant, met een peperdure fabriek waar chips van de band rollen die nog maar een fractie waard zijn van wat hun verkoopwaarde was toen je miljarden in de fabriek pompte. Door de productie wat terug te schroeven, klom de prijs opnieuw naar een haalbaar punt, maar de impact op de balans van de fabrikanten was zichtbaar.
Daar sta je dan als geheugenfabrikant, met een peperdure fabriek waar chips van de band rollen die nog maar een fractie waard zijn van hun eerdere verkoopwaarde.
In dat opzicht is geheugen een beetje zoals olie: een handvol spelers beslist over de beschikbare capaciteit, en die spelers hebben geen baat bij een overaanbod dat de prijs drukt. Een geheugentekort komt hen zelfs niet slecht uit: wanneer de prijzen stijgen, levert iedere fabriek immers meer winst op.
AI heeft honger
Intussen stijgt de vraag op dramatische wijze, maar niet omdat we met z’n allen meer DRAM in onze laptops willen. De schuldigen zijn de AI-bedrijven. Of je nu AI-modellen wil trainen, dan wel inferentie wil uitvoeren: immense hoeveelheden geheugen zijn daarvoor essentieel. Voor inferentie met DeepSeek R1-70B heb je richting de 50 GB aan geheugen nodig, alleen maar om het model in te laden. Voor grotere modellen zoals GPT 5.2 is dat een veelvoud.
Geheugencapaciteit is één factor, geheugensnelheid een andere. Om AI-workloads vlot te draaien, koppelen fabrikanten zoals Nvidia hun AI-accelerators aan High Bandwith Memory (HBM). Dat is een versie van 3D-gestapeld geheugen met een hogere bandbreedte dan klassieke DRAM die je in laptops terugvindt.
Petabytes aan HBM-vraag
De Nvidia Blackwell B200 is op dit moment de meest geavanceerde AI-accelerator. Microsoft, AWS, Google en Meta hebben ieders voor zo’n tien miljard dollar aan chips besteld bij Nvidia. Microsoft alleen al wilde 50.000 Blackwell-chips in één datacenter proppen. Eén Nvidia Blackwell B200 heeft 192 GB aan geavanceerd HBM3e aan boord.

Om aan die honger naar chips tegemoet te kopen, zijn er petabytes aan HBM nodig. Nvidia (en AMD en anderen) ontwerpen dan wel de chips, de fabricage gebeurt door TSMC met geheugen van Samsung, SK Hynix of Micron, in de beschikbare fabrieken.
Herconfiguratie van fabrieken
HBM is complexer dan DRAM, maar het wordt aan dezelfde productielijnen gebouwd. Een productielijn waar DRAM af rolt, kan geen HBM maken voor AI-chips. De gebruikte apparatuur is wel min of meer dezelfde: fabrikanten kunnen hun productielijnen herconfigureren om HBM te maken.
HBM verkoopt aan een hogere prijs dan DRAM
Dat doen ze ook: HBM verkoopt aan een hogere prijs dan DRAM. De geheugenboeren hebben de rekensom gemaakt, en vastgesteld dat ze hun fabrieken beter HBM laten bouwen dan DRAM. Eerst sneuvelde de productielijnen voor iets ouder (en dus goedkoper) DDR4-geheugen. DDR4 DRAM werd zo duurder dan moderner DDR5-geheugen.
Minder geheugen per wafer
De conversie van DRAM-capaciteit naar HBM-capaciteit gebeurt niet één op één. HBM produceren vereist extra stappen en slorpt meer wafer-capaciteit op. Voor een wafer met een bepaalde capaciteit aan HBM, kan een fabrikant drie keer zoveel DRAM produceren.
Met de conversie van DDR4-productielijnen was de honger naar AI-HBM dus niet gestild. Het volgende slachtoffer: DDR5. Micron verkoos zelfs om zijn sterk RAM-merk Crucial het genadeschot te geven om te kunnen pivoteren naar HBM. Dat is vervelend, want DDR5-DRAM (en varianten zoals LPDDR5x) is immers het geheugen dat je terugvindt in pc’s, servers en smartphones.
lees ook
Micron zegt eigen RAM-merk Crucial vaarwel in zoektocht naar AI-geld
Dat zal Samsung, SK Hynix en Micron een worst wezen: HBM brengt meer op dan DDR5, dus ligt de prioriteit daar. Zo ontstaat er natuurlijk een nieuw tekort, en wel voor DDR5. Dat hebben pc- en serverbouwers ook gezien, dus werd er een voorraad ingeslagen, wat de vraag extra deed stijgen.
Exponentieel duurder
Je hoeft geen master in de economie te hebben om het vervolg te raden: de vraag stijgt, het aanbod daalt, dus de prijs vliegt de hoogte in. In die situatie zitten we nu. Een setje RAM-geheugen van 32 GB dat in augustus 2025 nog zo’n 80 euro kostte, gaat nu over de toonbank voor bijna 350 euro.
Server- en computerbouwers ontkomen niet aan de prijsstijgingen. Ook voor hen schiet de prijs van geheugen de lucht in. In het instap- en middensegment van de laptops zijn de winstmarges niet bepaald gigantisch. Fabrikanten hebben wel een bescheiden voorraad aangelegd, maar daar zitten ze stilaan doorheen. De door de AI-honger veroorzaakte prijsstijging wordt dus doorgerekend.
Kroniek van een aangekondigde prijsstijging
Dat is niet hypothetisch. Alle computerbouwers, van HP over Lenovo en Dell, hebben intussen aangegeven dat zo’n prijsstijgingen eraan komen. Van smartphone over laptop en desktop tot server: de prijs voor een configuratie met een gegeven hoeveelheid DRAM zal vanaf begin 2026 stijgen. Om toestellen aan bepaalde interessante prijspunten te blijven aanbieden, zullen fabrikanten configuraties ook kortwieken en met minder RAM in de markt zetten.
lees ook
Dell eerst uit de startblokken met pc-prijsverhogingen, Lenovo volgt
De timing is bijzonder pijnlijk gezien het einde van de ondersteuning van Windows 10 door Microsoft. Heel wat organisaties hebben ingetekend op uitgebreide ondersteuning om nog even verder te werken op bestaande pc’s. Door de vernieuwing van laptops van 2025 naar 2026 te verschuiven, is het prijskaartje gestegen.
SSD’s
De stijging van de DRAM-prijzen is nog maar het begin. Al die splinternieuwe AI-superclusters met hun terabytes aan HBM-geheugen willen natuurlijk data om in dat geheugen te laden. Die data moet van snelle opslag komen, en daar zijn SSD’s voor nodig.
Eén Vera Rubin-systeem van Nvidia wordt idealiter geflankeerd door zo’n 1.125 TB aan SSD NAND. In 2026 zullen er zo’n 30.000 Vera Rubin-systemen verscheept worden. In 2027 gaat Nvidia er nog eens 100.000 opleveren. Een kleine rekensom leert ons dat fabrikanten van SSD-NAND de komende twee jaar alleen al voor Vera Rubin zo’n 150 miljoen TB aan NAND moeten produceren. In 2027 zal Vera Rubin verantwoordelijk zijn voor 9,3 procent van de totale vraag naar SSD NAND.
lees ook
AI maakt na RAM nu ook SSD’s merkbaar duurder
Je kan zelf raden wat de gevolgen zijn. NAND wordt grotendeels door dezelfde fabrikanten gebouwd als RAM. Samsung en SK Hynix zijn de grootste spelers, samen met Sandisk. Die drie partijen gaven al aan de prijs van NAND in 2026 te zullen verdubbelen. De prijs van SSD’s is in anticipatie al gestegen. Waar het plafond ligt, is onduidelijk.
De hoge prijs van SSD’s zet een waterval-effect in gang. Wie SSD’s verkiest, maar ook met HDD’s uit de voeten kan, wordt door de hoge prijs richting de klassieke HDD’s geduwd. Een deel van de SSD-vraag komt zo onverwachts bij de HDD’s terecht, en dus stijgt ook de prijs van die componenten.
(Geen) geduld
Geduld is een schone deugd, maar wie op een normalisering van de prijs wacht, zal lang op z’n honger blijven zitten. Micron zelf denkt dat de huidige RAM-prijzen, die nog steeds stijgen, evolueren richting het nieuwe normaal. De fabrikant verwacht geen dalingen in de voorzienbare toekomst, klinkt het tijdens een toelichting van de kwartaalcijfers.
Wat laptops en desktops betreft, zal de prijs in de loop van 2026 stijgen. Computerfabrikanten, immer strijdend om marktaandeel, zetten systemen nog onder de huidige prijsvoorwaarden weg zolang dat kan. Wanneer zij zelf duurdere RAM moeten integreren, zullen ze de prijsverhoging doorvoeren. Hetzelfde geld voor SSD’s.
Begin 2026 kan je nog pc’s kopen aan de eerdere prijzen, maar dat gaat niet lang duren. Voor losse RAM in zelfbouwsystemen is het al te laat. De komende weken en maanden zal de situatie enkel verslechteren.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 26 december onder de titel ‘Hopelijk heeft de kerstman RAM gebracht’. Het kreeg een update met de meest recente informatie.
