Met de AI Mod Pod verkoopt HPE een volledig datacenter als één kant-en-klare container die je naast een bestaand gebouw plaatst. Op Discover 2026 schuift HPE het naar voren als een van de snelste manieren om AI-capaciteit te installeren, zonder je oude infrastructuur overhoop te halen.
De HPE AI Mod Pod is in essentie een modulair datacenter, gebouwd in een container en geoptimaliseerd voor AI- en HPC-workloads. Het idee is even elegant als praktisch: je hebt mogelijk een ouder datacenter staan, en daarnaast giet je een betonplaat met voorbereide bekabeling en koeling. De AI Mod Pod wordt door HPE volledig in de fabriek afgewerkt en rolt vervolgens kant-en-klaar op de plaat. In het pakket een eigen ecosysteem waarin koeling, stroom en alles erbij vervat zit. Aan het bestaande gebouw hoef je niets te veranderen.
Volgens HPE op Discover 2026 is het de enige aanbieder die direct liquid cooling standaard in modulaire datacenters integreert. De units worden geleverd in compacte en grotere configuraties en kunnen vrijwel overal worden ingezet waar stroom en connectiviteit beschikbaar zijn. De levertijd bedraagt enkele maanden in plaats van jaren, en de carbon footprint daalt naar verluidt met 30 tot 40 procent dankzij de efficiëntere koeling.
De catalogus: van DC8 tot een volledige DLC Data Hall
De standaardcatalogus van de HPE AI Mod Pod bestaat uit enkele bouwblokken. De DC8 DLC levert tot 0,8 megawatt over 384 hoogte-eenheden, met een corridor van twintig voet en acht rack-behuizingen, goed voor zes DLC-racks van 120 kilowatt en twee luchtgekoelde racks van 40 kilowatt. De grotere DC16 DLC verdubbelt dat naar 1,6 megawatt over 768 hoogte-eenheden, met een corridor van 12,2 meter, zestien rack-behuizingen, twaalf DLC-racks en vier luchtgekoelde racks.
Wie meer nodig heeft, combineert die bouwblokken in een DLC Data Hall: elke combinatie van DC8 of DC16 DLC, tot vier containers samen, goed voor maximaal vijf megawatt aan IT-vermogen. Daarin kunnen XD- of EX-rackbehuizingen worden ingezet. De hardware is AI-geoptimaliseerd, met Nvidia AI-computing door HPE, opslag met data-intelligentie, intelligente netwerken en directe vloeistofkoeling.
De opvallende eigenschap is dat zowel vloeistof- als luchtgekoelde racks in dezelfde Pod naast elkaar leven, wat netjes aansluit bij de hybride realiteit van veel klanten.


Isambard-AI als bewijs uit de praktijk
Dat de aanpak werkt, toont HPE met de Isambard-AI-supercomputer aan de universiteit van Bristol. Dat systeem van vijf megawatt werd in een periode van amper acht maanden op een gloednieuwe betonplaat geïnstalleerd, zonder ook maar iets aan het bestaande datacenter te raken. De modulaire databehuizing zelf werd in slechts 48 uur in elkaar gezet, wat de bouwemissies met zo’n 72 procent verlaagde tegenover een klassieke bouwmethode.
Het project ging van concept tot werkende installatie in minder dan twee jaar, waar dat normaal vier tot vijf jaar duurt.
Isambard-AI draait op HPE Cray EX-technologie met meer dan 5.400 Nvidia GH200 Grace Hopper Superchips, volledig fanloos vloeistofgekoeld, op uitsluitend koolstofvrije stroom en met een PUE onder 1,1. Het uitbreidingsplan illustreert meteen de schaalbaarheidsfilosofie achter de AI Mod Pod: de site mikt op een datacenter dat via diezelfde modulaire blokken kan doorgroeien tot tientallen megawatts.
200 containers bij klanten
Xavier Taillemite van HPE laat weten dat er vandaag in totaal 200 containers bij klanten staan en dat er tien in productie zijn. Ook aan militaire kant is er volgens hem vraag voor specifieke containers die shielded zijn tegen bijvoorbeeld EMP-aanvallen.
Taillemite zegt dat een AI Mod Pod heel flexibel is in aansluiting en dat ze met meerdere fabrikanten samen werken op vlak van chillers en energie. HPE volgt daar vaak de klant met wat er al on-site staat. Vaak spelen regio’s ook een rol waar sommige fabrikanten actiever zijn dan andere.
Wie vloeistofkoeling kiest, moet vooraf ook alle IT erin kiezen zodat HPE alles kan installeren als één geheel. De container wordt dan ook dubbel zo diep (twee containers aan elkaar gelast). Met luchtkoeling is dat niet nodig en kan de klant de IT er bij levering in schuiven.
Lock-in of net flexibiliteit?
Is zo’n containeroplossing een soort van lock-in? Het antwoord van Taillemite is genuanceerd: ja en nee. De AI Mod Pod bestaat vooral uit een metalen schil met voorbereide bekabeling, leidingen en een dakwarmtewisselaar, maar wat erin zit kan veranderen. Racks met vloeistofkoeling kunnen eruit en nieuwe erin, zolang er geen exponentieel verschil in technologie zit. Wil je van een wisselstroomvoeding naar 800 volt gelijkstroom, dan moet je herbekabelen, maar het blijft hetzelfde principe.
De echte binding zit in de garantie. Zolang HPE het onderhoud van de hele Pod draagt, hangt er één telefoonnummer op de buitenkant van de container dat alles binnenin dekt. Wil je daar plots Dell-racks in steken, dan verandert het contract. HPE omschrijft de constructie als zeer Lego-achtig: meer dakkoelers nodig, dan plaats je nieuwe; nieuwe IT nodig, dan haal je de oude eruit. Het enige wat onveranderd blijft, is de metalen schil zelf, die decennia meegaat omdat ze niet wegroest.
Bevalt het toch niet, dan koopt HPE de inhoud terug en kun je de container recycleren. Voor wie snel AI-capaciteit nodig heeft zonder bouwwerf, biedt de AI Mod Pod zo een aantrekkelijk compromis tussen snelheid en flexibiliteit.
