Europese organisaties willen wat doet aan hun digitale afhankelijkheid. Te weinig zicht op de toeleveringsketen, geen uitweg op korte termijn en hoge kosten staan in de weg.
Digitale soevereiniteit is verhuisd van het beleidsdebat naar de bestuurskamer, stelt Capgemini vast op basis van een enquête bij 1.300 business- en technologiebestuurders. Bedrijfsleiders uit Duitsland, Frankrijk, Nederland, Italië, Spanje en Zweden vormden de helft van de steekproef. 59 procent van alle ondervraagde organisaties vindt volledige digitale soevereiniteit onrealistisch in de huidige ecosysteemstructuur.
Europese bedrijven zijn bezorgd
Soevereiniteit is voornamelijk een Europese bezorgdheid. In Europa zegt 84 procent van de organisaties zich zorgen te maken over het overeind houden van kritieke bedrijfsprocessen in de huidige geopolitieke context. Twee derde van de Europese respondenten (66 procent) noemt een te grote afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers expliciet een risico voor de digitale weerbaarheid.
Die bezorgdheid vertaalt zich in beleid. 37 procent van Europese bedrijven zegt een soevereiniteitsstrategie te hebben, 47 procent is er een aan het uitwerken en nog 15 procent plant er een binnen het jaar. Amper 1 procent heeft geen plannen.
66 procent heeft er budget voor vrijgemaakt, iets meer dan het wereldwijde gemiddelde van 65 procent en duidelijk meer dan de 59 procent in de VS. Eén op de tien Europese organisaties heeft al een chief sovereignty officer of gelijkaardige rol aangesteld, 41 procent overweegt het.
Over wat soevereiniteit is, bestaan verschillende opvattingen. Europese bedrijven zien soevereiniteit eerder als een kwestie van risicobeheersing en weerbaarheid (52%) dan compliance (25%). Driekwart van de Europese respondenten (75%) definieert soevereiniteit als ‘veerkrachtige onderlinge afhankelijkheid’. Dat is exact de logica die de EU in de Cloud and AI Development Act heeft ingebakken met gelaagde assurance levels, waarbij enkel het hoogste niveau volledige EU-controle vereist.
Uitdaging één: het zicht ontbreekt
De weg naar soevereiniteit begint met weten waar je afhankelijk bent. Hier wringt het: slechts 14 procent van de organisaties heeft een volledig beeld van afhankelijkheden in de eigen technologieketen. Capgemini classificeert 86 procent van de bedrijven als ‘significant blootgesteld’: hoge afhankelijkheid en zwakke weerbaarheid in kritieke domeinen.
Van de Europese organisaties heeft maar 37 procent een noodplan klaarliggen, tegenover 64 procent in de VS. Europa is dus het meest bezorgd, maar het minst voorbereid. Die kloof tussen ambitie en praktijk kwam ook naar voren in een onderzoek bij Nederlandse organisaties.
Uitdaging twee: er is geen uitweg op korte termijn
De afhankelijkheid is structureel. Voor hardware zegt 62 procent van de organisaties dat de belangrijkste leverancier in een ander land zit, voor cybersecurity 59 procent, voor connectiviteit 58 procent en voor software 57 procent. Enkel bij data zit de hoofdleverancier bij een meerderheid (57 procent) in het eigen land.
In de cloud ligt de concentratie bij de drie Amerikaanse grootmachten AWS, Microsoft en Google. Zij controleren meer dan 70 procent van de Europese cloudmarkt. Europese bedrijven spenderen jaarlijks een geschatte 264 miljard euro aan Amerikaanse cloudsoftwarediensten.
Loskomen kost tijd: 31 procent van de organisaties heeft drie tot twaalf maanden nodig om van een kritieke leverancier af te stappen, meer dan een derde (36 procent) heeft meer dan een jaar nodig en 10 procent zegt gewoon geen leefbaar alternatief te hebben. Slechts 13 procent kan binnen drie maanden schakelen.
Illustratief hiervoor is de Broadcom-VMware-saga. Organisaties zoals Smals, dat een eigen Hyper-V-alternatief bouwt, zijn eerder een uitzondering. Cybersecurity (45%), connectiviteit en AI (43%) en data (42%) worden aangeduid als de lagen met het grootste risico voor operationele continuïteit.
Uitdaging drie: soevereiniteit heeft een prijskaartje
De derde barrière is economisch. Net geen helft (49%) van de organisaties is bereid een ‘soevereiniteitspremie’ te betalen, en wie dat wil, aanvaardt gemiddeld een prijsstijging van 23 procent. Tegelijk zijn de eisen hard: 71 procent noemt voldoende leverancierskeuze niet onderhandelbaar, 62 procent verwacht dat de performantie niet inboet en 47 procent wil geen vertraging in innovatietempo.
We zouden soevereiner kunnen zijn, maar we kunnen het ons niet veroorloven.
Digital Sovereignty: From Policy Ambition to Executive Imperative, Capgemini Research Insitute
Niet alle respondenten zien soevereiniteit als een kost. Vierenvijftig procent gelooft dat soevereiniteit versterkt kan worden zonder aan concurrentiekracht in te boeten, zevenenzestig procent ziet soevereiniteit zelfs als een innovatiehefboom. 51 procent van de Europese organisaties verwacht dat digitale soevereiniteit een onderscheidende factor wordt.
Samen staan we sterk
Organisaties willen dit vooral pragmatisch aanpakken. Slechts één op de vijf mikt op volledige controle. Ongeveer de helft kiest voor een federated cloudmodel waarbij de controle gedeeld wordt met gecertificeerde lokale partners. Vijfenzestig procent vindt selectieve controle over kritieke technologie in combinatie met strategische partnerschappen praktischer dan volledig eigendom, en 72 procent gelooft dat zonder partners soevereiniteit niet haalbaar is.
AI is intussen de meest geprioriteerde laag van de stack, gevolgd door data. Hardware krijgt het minste aandacht, wellicht door het onbestaande aanbod aan Europese chips en servers. Wie de rekening maakt, ziet dat de moeilijkste stukken van de puzzel voorlopig het minste aandacht krijgen: de sector vraagt niet zonder reden een duidelijke koers.
