OpenAI en Microsoft hebben hun samenwerking herzien. OpenAI komt daar niet slecht uit: het bedrijf komt onder zijn exclusiviteitsverplichting uit en kan andere opportuniteiten nastreven.
Microsoft en OpenAI hebben hun samenwerking heronderhandeld. Het huwelijk lijkt de facto ontbonden, al lijken de twee partijen te hopen dat een open relatie de meubelen kan redden. Vooral OpenAI kan van die nieuwe openheid profiteren, aangezien Microsoft ook voordien al gretig met andere AI-partijen de lakens deelde.
De opnieuw onderhandelde overeenkomst geeft OpenAI de mogelijkheden om zijn technologie breder aan de man te brengen. OpenAI hing vast aan een exclusiviteitsclausule: sinds een initiële investering van zo’n één miljard dollar in OpenAI in 2019 was Azure de exclusieve host voor LLM’s van OpenAI. In ruil daarvoor kreeg Microsoft een deel van de omzet van OpenAI.
Trouw en overspel
De clausule begon te wegen op OpenAI zelf. Zo wilde het bedrijf een samenwerking aangaan met AWS. Eind 2025 tekenden beide partijen een overeenkomst ter waarde van 38 miljard dollar, waarbij OpenAI de AI-infrastructuur van ’s werelds grootste cloudprovider zou gebruiken. Dat creëert momentum voor OpenAI: klanten zijn immers geneigd oplossingen te gebruiken die binnen hun ecosysteem van voorkeur worden aangeboden.
Dat leidde tot onvrede: Microsoft zou zelfs overwogen hebben om gerechtelijke stappen te ondernemen, aangezien de overeenkomst inging tegen de exclusiviteitsverplichting.
Omgekeerd was er nooit sprake van exclusiviteit. Microsoft kon als eerste beroep doen op de modellen van OpenAI en mocht ze exclusief hosten, maar kon ook met concurrenten in zee gaan. Dat gebeurde ook: in de herfst van 2025 verscheen Claude van Anthropic in Copilot.
Met de nieuwe samenwerking moet geen van de twee partijen nog exclusief trouw zijn aan elkaar. Dat opent de deur voor een probleemloze samenwerking tussen OpenAI en AWS, en de bredere integratie van de LLM’s van AWS in diensten van andere cloudproviders.
Omzet delen
Microsoft blijft onder de nieuwe overeenkomst wel 20 procent van de omzet krijgen die OpenAI verdient met de verkoop van de eigen producten (met ingebouwd platfond), ook wanneer die draaien op infrastructuur van concurrenten. Dat is geen slechte deal: AI-infrastructuur bouwen is duur en Microsoft ziet de kassa nu rinkelen met dank aan de infrastructuur-investeringen van anderen.
Microsoft betaalde omgekeerd 20 procent van de omzet die het genereerde met de verkoop van toegang tot ChatGPT op de eigen servers aan OpenAI. Die verplichting valt nu weg.
Tot slot verdwijnt er een ietwat vreemde clausule: in de oorspronkelijke overeenkomst zou Microsoft toegang verliezen tot de producten van OpenAI wanneer het bedrijf zogenaamde Algemene AI (AGI) kon ontwikkelen. Dat is een vorm van AI die mensen over vrijwel de hele lijn overtreft (en dus niet in enkele specifieke taken). Die clausule wordt afgevoerd.
Microsoft blijft wel verstrengeld met OpenAI, onder andere via een aandeel ter waarde van 135 miljard dollar in het AI-bedrijf. Toch stappen de twee ondernemingen steeds verder van elkaar weg.
Openheid in zoektocht naar meer omzet
Exclusiviteit lijkt niet de sleutel tot succes in het huidige AI-landschap. Dat wordt voor een groot stuk gedreven voor grote spelers die zwaar investeren in elkaar. Op die manier ontstaat er immense waarde, die dan weer wordt ingezet om enorme infrastructuur-investeringen te rechtvaardigen. OpenAI wordt op dit moment gewaardeerd op 852 miljard dollar. Daarbij is het steeds interessant te vermelden dat OpenAI nog nooit winst heeft gemaakt, en dat het huidige BBP van België rond 776,7 miljard dollar wordt geraamd.
OpenAI wordt op dit moment gewaardeerd op 852 miljard dollar.
Door af te stappen van de exclusiviteit, kan OpenAI zich vlotter een plek verwerven in de investeringscarrousel. Dat moet de waardering verder ten goede komen. Met het oog op een beursgang heeft het bedrijf ook meer omzet nodig. Samenwerkingen met andere infrastructuurproviders zoals AWS zijn een realistisch pad daar naartoe.
