Bij Silverfin, het Gentse boekhoudplatform van onze groep, gebruikt 52% van de accountants intussen de AI Assistant. Sinds de lancering ervan ondertussen goed voor 55.000 bespaarde werkuren. Niemand bij Visma heeft die toepassing besteld vanuit een centrale AI-strategiekamer. Ze is gebouwd door het productteam, omdat dat team z’n klanten kent.
Verschillende media schreven onlangs over de doorbraak van de Chief AI Officer in de directiekamer, op basis van een IBM-rapport waaruit blijkt dat 76% van de bevraagde organisaties die functie intussen heeft ingevoerd, tegenover 26% een jaar eerder. Een indrukwekkend cijfer. Maar datzelfde rapport laat een belangrijke vraag open: is de CAIO een blijvende rol, of een overgangsfunctie tot AI-governance in de bestaande C-suite verankerd zit? Wij gokken op het tweede, en hebben de tussenstap overgeslagen.
Vandaag draaien er meer dan 600 AI-initiatieven in Visma, verspreid over bijna 200 bedrijven. Eén persoon kan die niet inhoudelijk overzien, en dat is ook niet de bedoeling. De waardevolste toepassingen ontstaan dicht bij de klant: in Gent, Parijs, Oslo, Boekarest. Een centrale functie zou hier vooral vertraging produceren, en in deze fase van AI-adoptie is vertraging duur.
Decentralisatie betekent niet ‘vrijheid blijheid’. Onze AI Code of Conduct legt vast welke tools beoordeeld zijn, hoe medewerkers met klantgegevens omgaan, en waarom AI-monitoring van personeel verboden is. Voor strategische initiatieven is een juridisch assessment verplicht. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de managing director van elk bedrijf, met centrale juridische en security-expertise die snel bijspringt. Wat we níet doen, is voor elk team tools en toepassingen centraal goedkeuren. Daar zit het verschil: we hebben governance georganiseerd zonder daar een titel aan op te hangen. McKinsey-partner Vivek Lath formuleerde het recent zo: gecentraliseerde coördinatie van AI-inspanningen is belangrijker dan het creëren van een specifieke titel.
Het echte verschil tussen beide modellen zit dus niet in de hoeveelheid governance, wel in de plek waar die governance leeft: in een titel of in een cultuur.
Voor sommige organisaties is een Chief AI Officer wél het juiste antwoord. Banken die onder DORA en de AI Act vallen, ziekenhuizen die patiëntdata verwerken, overheidsbedrijven met publieke verantwoording, … Daar is centrale aansprakelijkheid geen luxe maar een vereiste. Ook bedrijven waar AI nog volledig vanaf nul moet worden opgezet, hebben baat bij iemand die de transitie trekt. Dat is geen tegenargument tegen ons model, maar een erkenning dat sturing contextafhankelijk is.
Visma opereert in een andere context. Wij zijn een groep van bouwers die hun klanten kennen. Wat onze mensen nodig hebben, zijn duidelijke spelregels, snelle juridische ondersteuning, vertrouwen vanuit het management, de juiste tools, en de competenties om die verantwoord in te zetten. Geen extra laag erbovenop.
600 initiatieven. Tienduizenden bespaarde klanturen. Toepassingen die zijn gebouwd door teams die hun klanten kennen, niet door een centrale functie die ze beheert. De vraag in de directiekamer gaat niet over wie de titel draagt. Ze gaat over hoe je een omgeving bouwt waarin de juiste mensen de juiste beslissingen nemen: snel, verantwoord, dicht bij de klant. Dat levert schaalbare resultaten. Al de rest is organiseren om te organiseren.
Dit is een ingezonden bijdrage van Joris Dresselaers, Business Area Director bij Visma. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.
