Agent 365 moet bedrijven helpen om hun AI-agenten in een centrale plaats te beheren.
AI-agenten worden steeds populairder, met grote en complexe aantallen, dat het onoverzichtelijk is om ze elk apart te beheren. Met Agent 365 introduceert Microsoft op de Ignite-conferentie een centraal controlecentrum dat toezicht, beveiliging en analyse samen brengt in een app.
Controlepaneel
Agent 365 werkt als een soort overzichtshub waar bedrijven kunnen zien welke agenten actief zijn, welke data ze gebruiken en hoe ze met medewerkers en andere systemen samenwerken. Dankzij de nieuwe agent-ID zullen agenten behandeld worden zoals gebruikersaccounts: met rollen, toegangsrechten en duidelijke grenzen over wat ze wel en niet mogen doen.
Volgens Microsoft is dit nodig omdat agenten niet alleen meer taken uitvoeren, maar steeds vaker autonomer beslissingen nemen. Door Agent 365 boven op Microsoft Entra te bouwen, krijgt elke agent dezelfde risico-evaluatie en contextgevoelige beveiliging als menselijke gebruikers. Een agent die zich verdacht gedraagt of gevoelige data wil bekijken, krijgt automatisch beperkingen opgelegd.
Beveiliging ten top
De nieuwe omgeving sluit nauw aan op Defender en Purview, zodat bedrijven kunnen volgen welke informatie agenten opvragen en verwerken. Vooral voor Copilot-gebruik is dat een belangrijke stap: securityteams krijgen eindelijk zicht op wie welke prompts stuurt, welke data daarbij betrokken is en of gevoelige informatie onbedoeld gedeeld wordt. Omdat Purview nu promptbescherming toevoegt, kan Copilot weigeren om te antwoorden als er vertrouwelijke gegevens in een opdracht zitten.
Uitgebreid aanbod
Tegelijkertijd breidt Microsoft het aanbod van eigen agenten sterk uit. De onderliggende laag Work IQ helpt nieuwe agenten om werknemers sneller van info te kunnen voorzien, collega’s te koppelen op basis van vaardigheden of korte leermomenten aan te bieden om AI-kennis op te bouwen. Voor IT-teams komen er agenten in Teams en SharePoint die routinetaken automatiseren en helpen om problemen te detecteren.
