Tegen 2027 zouden AI-geoptimaliseerde datacenters al 28 procent van de wereldwijde markt uitmaken.
De explosieve groei van AI-workloads versnelt de nood naar watergekoelde datacenters, blijkt uit het 2025 Data Center Construction Cost Index-rapport van Turner & Townsend. Driekwart van de ondervraagde bedrijven werkt al aan AI-datacenterprojecten, en 47 procent verwacht dat AI binnen twee jaar meer dan de helft van alle workloads vertegenwoordigt.
Liquid cooling
Hoewel door ventilator gekoelde racks vandaag nog de norm zijn, verwacht 53 procent dat vloeistofkoeling de voorkeur wordt voor toekomstige ontwerpen. Volgens Turner & Townsend ligt de kostprijs 7 tot 10 procent hoger dan bij traditionele designs, maar dat verschil zou dalen. Sluitwatersystemen winnen ook terrein: ze gebruiken weinig water en versnellen vergunningstrajecten in regio’s met streng waterbeleid.
Leveringszekerheid blijft een risico
Omdat componenten zoals generatoren iets beter beschikbaar zijn, ziet 80 procent vertragingen nog maar zelden. Toch is het vertrouwen voor 2026 laag, want slechts 19 procent verwacht dat leveranciers hun planningen halen.
Ook technisch is de industrie nog niet klaar voor de nieuwe realiteit. Slechts 17 procent zegt dat er voldoende expertise is rond geavanceerde koelsystemen. Ondertussen blijven de kosten stijgen. Voor traditionele datacenters gaat het om gemiddeld 5,5 procent per watt in 2025. Tokio, Singapore en Zürich blijven de duurste markten wereldwijd.
Stroomtekort bepaalt waar gebouwd wordt
Netcapaciteit is dé bepalende factor: 48 procent van de ontwikkelaars ziet grid-aansluitingen als het grootste obstakel. De strijd om elektriciteit wordt harder, met AI, industrie en woningbouw die allemaal om dezelfde capaciteit vechten. Steeds meer operatoren kijken daarom naar alternatieve energiebronnen, zoals energie on site, microgrids, gas- of waterstofnetwerken, om projecten te versnellen.
“Stroom bepaalt waar en wanneer gebouwd wordt,” zegt Chris Gorthy van DPR Construction. “Data blijft groeien, dus de sector moet creatiever worden zonder de impact op het milieu te vergroten.”
