Laat je een nieuwe medewerker direct zelfstandig werken met klantgegevens en bedrijfssystemen? Waarschijnlijk niet. Geef een AI-agent dan ook niet direct alle ruimte. Duidelijke grenzen en toezicht zijn onmisbaar. Voor resellers en MSP’s ontstaat zo een nieuwe rol: eindklanten helpen om agents veilig en beheersbaar in te zetten.
Een agent stopt niet vanzelf na een fout
De uitdrukking ‘waar mensen werken, worden fouten gemaakt’ geldt inmiddels ook voor AI-agents. Met te ruime toegangsrechten, onbetrouwbare data of onvoldoende monitoring kan een agent verkeerde informatie gebruiken, gegevens aanpassen of een ongewenste actie uitvoeren. Omdat hij zelfstandig en op hoge snelheid werkt, kan zo’n fout direct doorwerken in meerdere systemen.
Een agent merkt niet vanzelf dat hij buiten de afgesproken kaders handelt en voelt geen verantwoordelijkheid voor de gevolgen. Dus zonder menselijk ingrijpen klopt de uitdrukking ‘van fouten leer je’ ook niet meer.
De business bepaalt de grenzen
“Een agent veilig onboarden begint bij het nauwkeurig afbakenen van zijn taak”, vertelt Arno Van Blijenbergh, specialist in enterprise-oplossingen bij Copaco. “IT kan technisch instellen tot welke systemen en bestanden hij toegang krijgt, maar de proceseigenaar moet bepalen wat hij daar inhoudelijk mag doen.”
Toegang tot een CRM-systeem zegt bijvoorbeeld nog weinig. Mag de agent alleen klantgegevens raadplegen, deze ook wijzigen of zelfstandig een vervolgactie starten? En mag hij een offerte alleen voorbereiden, of ook prijzen aanpassen en deze direct versturen? De proceseigenaar bepaalt waar de grenzen liggen en wanneer menselijke goedkeuring nodig blijft. Daarna kan IT de juiste rechten inrichten en bewaken.
Van Blijenbergh adviseert om klein te beginnen. “Geef een agent eerst een afgebakende taak en beperkte rechten. Breid zijn bevoegdheden pas uit wanneer hij die taak aantoonbaar betrouwbaar uitvoert en blijf zijn inzet evalueren. Bij gevoelige handelingen kan menselijke goedkeuring verplicht blijven.”
Geef iedere agent een eigen identiteit
Een agent moet herkenbaar zijn als afzonderlijke digitale gebruiker en niet werken onder het account van een medewerker. Doet hij dat wel, dan is achteraf moeilijk vast te stellen wie of wat een wijziging heeft uitgevoerd.
Met een eigen identiteit kan een organisatie gerichte rechten toekennen, activiteiten volgen en de toegang intrekken zonder het account van de medewerker te blokkeren. Dat voorkomt bovendien dat een agent automatisch alle rechten overneemt die een gebruiker in de loop der jaren heeft verzameld.
AI kan bestaande tekortkomingen in het rechtenbeheer sneller blootleggen. Een toepassing kan bijvoorbeeld documenten vinden waarvan een medewerker zelf niet wist dat hij er toegang toe had. De technologie veroorzaakt die te ruime toegang niet, maar kan de gevolgen ervan wel vergroten.
Een agent is zo goed als zijn data
Ook zorgvuldig ingestelde rechten bieden geen garantie op een goede uitkomst. Een agent moet kunnen werken met actuele, betrouwbare en goed geclassificeerde informatie.
“Een agent is net zo goed als de data die je hem geeft”, zegt Van Blijenbergh. “Als bronnen verouderd, dubbel of verkeerd geclassificeerd zijn, kun je ook geen betrouwbare acties verwachten.”
Een medewerker weet soms uit ervaring dat een oude prijslijst niet meer geldt of dat één versie van een document leidend is. Voor een agent is dat niet vanzelfsprekend. Wanneer verouderde informatie toegankelijk blijft, kan hij die meenemen in zijn analyse en er vervolgens ook naar handelen.
Organisaties moeten daarom weten welke bronnen actueel en leidend zijn, welke gegevens gevoelig zijn en wie verantwoordelijk is voor het beheer ervan. Databeheer en dataclassificatie zijn daarmee geen losse voorbereidingen, maar een essentieel onderdeel van de onboarding.
Grip vraagt meer dan netwerkcapaciteit
Bij de impact van AI-agents op de netwerkinfrastructuur denk je al snel aan extra belasting. Agents kunnen in korte tijd verschillende applicaties, databronnen en cloudomgevingen aanspreken. Dat zorgt voor meer verbindingen en API-aanroepen, waardoor voldoende capaciteit en beschikbaarheid belangrijk blijven.
Toch ligt daar volgens Van Blijenbergh niet de grootste uitdaging. Security en governance wegen zwaarder. Een organisatie moet weten welke agent actief is, onder welke identiteit hij handelt, welke systemen hij benadert en wat hij daar mag doen. Een sneller netwerk biedt weinig houvast wanneer een agent te ruime rechten heeft of buiten de afgesproken kaders handelt.
Ook de eindverantwoordelijkheid moet vooraf duidelijk worden vastgelegd. Een agent kan die zelf niet dragen. Organisaties moeten daarom afspreken wie eigenaar is van het proces, wie de resultaten controleert en wie mag ingrijpen wanneer het misgaat. Dat kan per toepassing verschillen, maar de verantwoordelijkheid mag niet tussen medewerker, leverancier en management blijven zweven.
Die afspraken en controles zijn niet eenmalig. Taken, gekoppelde systemen en toegangsrechten kunnen veranderen, terwijl het gedrag van een agent anders kan uitpakken dan vooraf bedoeld. Ongewenst gedrag herkennen, rechten beperken en een agent tijdelijk uitschakelen zijn daarom noodzakelijke onderdelen van het beheer.
Daarnaast moet herstel steeds mogelijk blijven. Wanneer een agent, medewerker of aanvaller gegevens wijzigt of verwijdert, moet de organisatie kunnen terugvallen op goed beveiligde back-ups.
Voldoende netwerk- en systeemcapaciteit zorgen ervoor dat agents hun taken kunnen uitvoeren. Monitoring, duidelijke verantwoordelijkheden en herstelmogelijkheden zorgen ervoor dat de organisatie daar grip op houdt.
Nieuwe dienstverlening voor IT-partners
Voor resellers en MSP’s ontstaat hiermee een nieuw advies- en beheergebied. Zij kunnen eindklanten helpen om geschikte processen te selecteren, toegangsrechten te beoordelen, data te classificeren en passende monitoring en herstelmogelijkheden in te richten.
Agentbeheer kan daarnaast uitgroeien tot een managed service. Taken, gekoppelde systemen en toegangsrechten veranderen immers na verloop van tijd. Partners kunnen periodiek controleren of die nog aansluiten op het oorspronkelijke doel.
Deze dienstverlening vraagt kennis van infrastructuur, cloud, security, data en back-up. Niet iedere partner heeft al die expertise zelf in huis. Copaco kan dan helpen om de juiste kennis en vendors bij elkaar te brengen. De partner kent de eindklant en brengt de omgeving in kaart. Copaco kan vervolgens meedenken over de uitkomsten en over passende oplossingen.
Via workshops, demo’s en proofs of concept van vendors kunnen partners bovendien eerst ervaring opdoen voordat zij een toepassing bij eindklanten inzetten.
Nieuwe inzichten voor meer weerbaarheid
AI-agents veilig en beheersbaar inzetten is één van de nieuwe uitdagingen rond weerbaarheid. Tijdens CopaConnect 2026 komen op 13 oktober in Brussel vendors, resellers en IT-experts samen om ook andere kanten van weerbaarheid te belichten en praktijkervaringen te delen.
Dit is een ingezonden commerciële bijdrage van Copaco. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
