Wie wil meedelen in de AI-revolutie, begint bij het netwerk. HPE zet Aruba én Juniper vol in de etalage en ziet voor zichzelf een hoofdrol weggelegd.
CEO Antonio Neri liet geen twijfel bestaan over op HPE Discover 2026 in Las Vegas waar volgens hem alles begint. “AI is maar zo sterk als het datafundament eronder. Is dat fundament niet goed, dan houdt niets anders stand”, klinkt het in zijn keynote. En dat fundament, zo bouwt hij de hele ochtend op, is het netwerk: “architectuur voor AI begint bij je netwerk”.
Die boodschap brengt HPE niet toevallig zo nadrukkelijk. Met de overname van Juniper (afgerond in 2025) trok het bedrijf zijn netwerkverhaal van de campus door tot in het datacenter en tussen datacenters onderling.
Bescheiden kostenpost
Toch is net hier de eerste kritische kanttekening op haar plaats. Hoe centraal het netwerk volgens HPE ook is, in het totale datacenterbudget blijft het een bescheiden post. Rami Rahim, EVP en GM van HPE Networking, gaf dat zelf grif toe: “In een gegeven datacenter is de totale investering in netwerk relatief klein, zo’n 10 à 15 procent van het geheel.”
De redenering waarmee HPE die 10 procent tot hoofdrol promoveert, haalt het meermaals aan: een haperend netwerk laat dure GPU’s leeglopen. “Die GPU’s waar je honderden miljoenen dollars aan uitgaf, draaien dan op 75, 50 of zelfs 25 procent van hun capaciteit”, aldus Rahim.

Het argument klopt technisch, maar verbloemt niet waarom netwerk voor HPE ook om een andere reden interessant is. Neri zei het bijna terloops: de netwerklaag heeft “een margeprofiel dat totaal verschilt van klassieke compute”. Het netwerk als fundament van AI is dus evengoed een margeverhaal als een architectuurverhaal.
Eén brein, twee lichamen
Het meest delicate hoofdstuk is niet de hardware, maar de fusie van twee netwerkculturen. Sinds de Aruba-overname in 2015 heeft HPE al een campus- en branch-portfolio. Juniper brengt daar met Mist een tweede, parallel platform bovenop. HPE belandt dus met twee concurrerende campusplatformen in huis.
Mittal Parekh, senior director product- en solutionsmarketing, kreeg in een apart interview met ons de ondankbare taak dat uit te leggen. Zijn beeldspraak: “Één brein, twee lichamen.” Dat éne brein is Marvis, de AI-engine. De twee lichamen zijn de AIOps-platformen Aruba Central en Mist, die allebei blijven bestaan. “Voor de afzienbare toekomst blijven beide sporen leven, maar ze worden allebei aangedreven door één enkele Marvis-AI-engine”, aldus Parekh.


De truc die dat betaalbaar moet houden, heet microservices. “We schrijven een klein stukje code, en het maakt niet uit of het in C++ of Python is, zolang het API’s blootlegt”, legt Parekh uit.
Zijn metafoor: met het juiste volkorenmeel maak je een donut, een bagel of een beignet. “Dat meel, dat is Marvis AI.” De zogenaamde cross-pollination is intussen zichtbaar: Aruba’s organisatieoverzicht gaat naar Mist, Marvis Actions komt naar Aruba Central, en de Aruba CX-switches worden binnenkort ook door Mist beheerd.
Hoelang blijft ‘dual platform’ houdbaar?
Twee platformen onderhouden kost geld, en op een bepaald moment moet je kiezen. Toen we Parekh de vraag stelden hoelang je in dubbele platformen blijft investeren, schuift hij die vraag handig door: “Het technische antwoord geef ik je; het zakelijke of investeringsantwoord kun je beter aan Rami vragen.”
Een echt eindspel wil niemand schetsen. “Ik heb die glazen bol niet gezien”, geeft Parekh toe over de vraag of de twee platformen ooit één worden. HPE leunt voorlopig op een tienjarige belofte om klanten gerust te stellen, maar dat is precies wat het is: een geruststelling, geen toekomstpad naar convergentie.
Kruisbestuiving van functies is geen fusie. Voor klanten is ‘geen enkele klant achtergelaten’ een prima boodschap vandaag. De vraag wie binnen vijf jaar nog twee aparte consoles wil onderhouden, blijft onbeantwoord.
Self-driving: sterke demo, zwakke cijfers
Wanneer HPE zichzelf niet aan de AI-tafel zet om netwerkhardware te verkopen in datacenters, wisselt het naar een andere AI-troef onder de noemer self-driving network. Dit is een netwerk dat zichzelf monitort, diagnosticeert en herstelt, aldus HPE.
Drukken we door op gebruik in de praktijk wie die autonome functies daadwerkelijk aanzet, blijft Rahim op de oppervlatke. “Ik ken het exacte getal niet, dus ik ga je geen getal geven.” Wel deelde hij dat intussen “ruim 80 procent” van de incidenten zichzelf oplost of meteen klaarligt voor een operator.

Ook Parekh ontweek de vraag: “Zonder cijfers prijs te geven, kan ik zeggen dat de adoptie heel gezond is.” Het detail dat de autonome acties standaard opt-in zijn, betekent dat een verkocht self-driving network nog geen ingeschakeld self-driving network is.
De vendoren weten dat zelf het best, getuige hun analogieën. Rahim vergelijkt het met Tesla’s evolutie van cruisecontrol naar volledige autonomie; Parekh met autosleutels die je je tienerzoon niet zomaar geeft. “Eerst moet je vertrouwen opbouwen”, zegt hij.
Veel beloofd, nu leveren
Eerlijk is eerlijk: HPE heeft op één jaar tijd een opmerkelijke integratie neergezet. Vijf maanden na de officiële goedkeuring rond de overname van Juniper, rolden de eerste gemeenschappelijke producten al uit. De kruisbestuiving is er en de Gartner-erkenningen, leider voor wired en wireless LAN, zijn niet niks. Het full-stack-verhaal van netwerk, compute, storage en software onder één GreenLake-dak is geloofwaardiger dan dat van menig concurrent die, in Rahims woorden, “vooral slideware toont”.
De heldenrol van een budgetpost van 10 à 15 procent binnen een AI-datacenter is evenzeer een margestrategie als een architectuurnoodzaak. “Dual platform voor altijd” stelt klanten vandaag gerust, maar stelt de harde convergentievraag enkel uit.
De architectuur is echt, de onderdelen zijn indrukwekkend, en de keuzevrijheid tussen Aruba Central en Mist is een troef.
Toch houdt HPE nog een paar kaarten tegen de borst. De marge-ambitie achter de netwerkretoriek, de uitgestelde keuze tussen twee platformen en de autonomie die optioneel blijft: het zijn voorlopig evenveel beloftes als bewijzen. De troefkaart ligt op tafel. Of ze ook steekt, beslist niet de keynote, maar de klant die durft mee te spelen.
