Data trends 2026: een data‑infrastructuur die AI écht laat werken

Data trends 2026: een data‑infrastructuur die AI écht laat werken

In 2023 en 2024 begonnen organisaties vol goede moed te experimenteren met generatieve AI. In 2025 kwam de eerste reality check: de pilots waren weliswaar indrukwekkend, maar liepen op weg naar productie vast op versnipperde data, onvolwassen governance en sterk oplopende kosten. In 2026 verschuift de aandacht van organisaties daarom naar één centrale vraag: hoe richt je je data‑ en IT‑infrastructuur zó in dat AI structureel waarde levert in de dagelijkse operatie.

1. Van losse AI‑pilots naar een volwassen AI‑platform

Veel organisaties draaien nu meerdere AI‑initiatieven naast elkaar. Vaak ontstaan die per team of businessunit, ieder met eigen tooling, datasets en eigen infrastructuur. Anno 2026 is dat te complex en te duur.

Steeds meer bedrijven zullen AI daarom bundelen binnen een centraal platform. Daarin worden dataverzameling en -transformatie, training, inferentie en monitoring als één keten ingericht. Ieder team kiest niet zijn eigen stack, maar maakt gebruik van gedeelde diensten.

2. Eén datafundament in plaats van versnipperde datasilo’s

Veel organisaties werken nog met aparte datastromen per domein. Klantdata, financiële data, productdata, IoT‑data en ongestructureerde documenten zitten vaak opgesloten in aparte platforms. Dat belemmert inzicht en remt AI‑innovatie.

In 2026 groeit daarom de druk om silo’s te doorbreken. Organisaties bouwen aan één intelligent datafundament dat on‑premises, cloud en edge overbrugt. Gestructureerde en ongestructureerde data vallen hierdoor ook onder dezelfde governance en instellingen.

De nadruk verschuift bovendien naar de kwaliteit van die data. Bedrijven investeren in datakwaliteit, heldere datastromen, rollen en rechten en monitoring. AI‑cases moeten immers niet alleen aantoonbare businesswaarde hebben, maar ook voldoen aan compliance‑eisen.

3. Efficiënte en duurzame infrastructuur

Moderne workloads zoals generatieve AI vragen veel van datacenters, stroomvoorzieningen en cloudresources. In 2026 wordt efficiënt en duurzaam omgaan met data‑infrastructuur dan ook een belangrijk onderwerp voor de directiekamer.

Organisaties kijken kritischer naar waar data staat en welke performance werkelijk nodig is. All‑flash‑opslag met sterke compressie en deduplication helpt daarin om het energieverbruik per terabyte terug te dringen. Met behulp van getrapt beleid zullen koude datasets (data die je niet dagelijks nodig hebt) automatisch verhuizen naar goedkopere en energiezuinigere opslaglagen, terwijl hete data (die je wél vaak gebruikt) dicht bij de rekenkracht blijft.

Deze trend wordt mede gedreven door de groeiende behoefte van CFO’s aan inzicht in de kosten per toepassing of project. FinOps‑principes worden hiervoor doorgetrokken naar storage en data. Finance wil weten wat een AI‑toepassing kost aan opslag, compute en energie – en of de use case dat rechtvaardigt. Let wel, de nadruk ligt hierbij niet meer louter op kostenbesparingen: toegevoegde zakelijke waarde geeft de doorslag!

4. Van cloud‑first naar cloud‑smart

Generieke cloud‑first-strategieën maken in 2026 plaats voor een cloud‑smart-benadering. Dat betekent dat organisaties per workload bepalen welke locatie het beste past qua kosten, prestaties, regelgeving en risico’s. Dat kan on‑premises zijn, in een private cloud, in (meerdere) public clouds of aan de edge.

Zeker voor AI‑workloads levert dit veel flexibiliteit op. Sommige toepassingen draaien beter dichtbij de bron, zoals industriële AI-toepassingen aan de edge. Andere scenario’s vragen om de schaal van de public cloud. Met een policy‑gedreven aanpak kunnen workloads en data gecontroleerd worden verplaatst, zonder dat beveiliging, compliance of beheersbaarheid onder druk komen te staan.

Daarvoor is wel een uniforme beleidslaag nodig boven alle infrastructuur. Juridische eisen, securityregels en performance‑doelen worden hierin vertaald naar concrete policies, zoals welke data in welke regio mag staan, welke encryptiestandaarden verplicht zijn en welke latency is vereist. Zo staat controle flexibiliteit niet in de weg.

5. Digitale weerbaarheid verschuift naar de opslag- en datalaag

In het AI-tijdperk bepaalt bedrijfseigen data meer dan ooit het concurrentievermogen van een organisatie. In 2026 verschuift de aandacht voor cybersecurity daarom meer naar de opslag en de data zelf, zeker nu aanvallen mede dankzij AI geavanceerder en frequenter worden. Daarbij wordt het herstel van een aanval, inclusief het beperken van de impact op de business, net zo belangrijk als het voorkomen van het incident zelf.

Organisaties nemen steeds vaker onveranderlijke snapshots en ‘write‑once‑read‑many’‑mechanismen op in hun architectuur (waarbij data onveranderlijk wordt opgeslagen maar nog wel kan worden uitgelezen). Back‑ups en

snapshots worden afgezonderd van reguliere beheertoegang, zodat aanvallers deze niet kunnen wissen of aanpassen. Daarnaast zullen we meer gebruik zien van geïsoleerde recovery‑omgevingen. Herstel kan daarmee plaatsvinden zonder de productieomgeving verder in gevaar te brengen.

En net zoals AI aanvallers kan helpen, helpt het ook aan de verdedigende kant. Opslagplatformen analyseren continu toegangs‑ en gebruikspatronen en slaan alarm bij afwijkend gedrag, zoals plotselinge massale versleuteling of duplicatie van bestanden.

Klaar voor een nieuw AI-jaar

Wie in 2026 echt waarde uit AI wil halen, moet verder kijken dan model en tooling. Het verschil wordt gemaakt in het fundament: een intelligente, veilige en kostenefficiënte data‑infrastructuur die on‑premises, cloud en edge met elkaar verbindt.


Dit is een ingezonden bijdrage van Joost van Drenth, Senior Manager Solution Engineering & Field CTO bij NetApp