Vijf manieren waarop AI organisaties in EMEA in 2026 verandert

Vijf manieren waarop AI organisaties in EMEA in 2026 verandert

In 2026 gaat AI definitief de uitvoeringsfase in. Niet langer draait het om experimenteren, maar om toepassingen die werken in de praktijk. De focus verschuift van “hoe bouwen we AI? naar hoe zetten we AI verantwoord in, hoe sturen we het aan en hoe schalen we het?” De komende maanden zien we een duidelijke samenloop van drie spelbepalers: schaarse energiecapaciteit, versnipperde regelgeving en de snelle industrialisering van AI. Samen bepalen zij hoe organisaties AI plannen, uitrollen en er waarde uit halen. Dit zijn vijf manieren waarop die impact zichtbaar wordt.

1. Elk watt telt: energie wordt het uitgangspunt bij ontwerp

In 2026 is energie belangrijker dan rekenkracht bij het ontwerpen van AI-infrastructuur. De Europese elektriciteitsnetten staan onder druk en de vraag naar stroom blijft groeien, terwijl energieprijzen sterk blijven schommelen. Tegelijkertijd werken organisaties toe naar ambitieuze duurzaamheidsdoelen die al vóór de pandemie zijn vastgelegd. Daardoor kunnen CIO’s energie niet langer zien als alleen een kostenpost, maar moeten zij het behandelen als een strategische beperking. Elke watt telt.

Deze ontwikkeling verandert de infrastructuurstrategie ingrijpend. Bij het plannen van datacenters staat niet langer serverdichtheid centraal, maar energiebeschikbaarheid, efficiëntie en locatie. Energiezuinige systemen, geavanceerde koeling en slimme plaatsing van workloads worden onmisbaar, vooral in kleinere markten en edge-locaties waar de netcapaciteit beperkt is. Regio’s met gunstige energievoorwaarden, zoals Scandinavië met veel hernieuwbare energie, blijven aantrekkelijk voor AI-investeringen. In Zuid- en Oost-Europa versnelt de innovatie rond co-locatie (eigen servers in een extern datacenter) en microgrids. In het Midden-Oosten en Afrika groeien hybride en on-site energieoplossingen uit van experiment naar standaard, omdat organisaties hun AI-omgevingen willen stabiliseren en opschalen.

Omdat de vraag naar rekenkracht sneller groeit dan de uitbreiding van het elektriciteitsnet, wordt toegang tot energie een belangrijk concurrentievoordeel. Co-locatiefaciliteiten komen daardoor centraal te staan in AI-implementaties, onder meer door hun ligging bij hernieuwbare energie, ondersteuning voor high-density racks en sterke netwerkverbindingen. Keuzes rond hardware, koeling, netwerkarchitectuur en workloadplaatsing worden steeds vaker bepaald door energiebeschikbaarheid, efficiëntie en naleving van regelgeving. 

In 2026 zijn de AI-koplopers inEuropa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) de organisaties die vanaf het begin rekening houden met energiebeperkingen. Zij winnen aan snelheid, veerkracht en vertrouwen van toezichthouders in een wereld waarin energie steeds schaarser wordt.

2. AI verschuift naar de plek waar de data ontstaat

In 2026 verandert het AI-landschap ingrijpend. De nadruk verschuift van het trainen van grote modellen naar het op grote schaal gebruiken en verfijnen ervan. Naarmate organisaties AI dieper in hun dagelijkse processen inzetten, komt rekenkracht steeds dichter bij de plek waar data wordt gemaakt, gebruikt en gereguleerd.

In EMEA wordt deze ontwikkeling versterkt door strenge regels rond datasoevereiniteit, verschillen in wetgeving tussen landen en sterk verspreide markten. Organisaties herzien daarom waar zij hun IT- en AI-systemen plaatsen. Ze stappen af van volledig gecentraliseerde omgevingen en kiezen vaker voor oplossingen dichter bij de data, zoals edge-locaties of regionale datacenters, zodat gevoelige informatie binnen nationale of regionale grenzen blijft.

Het uitvoeren van AI-modellen wordt daarmee belangrijker dan het trainen ervan. Dit vraagt om een infrastructuur die verspreid is, efficiënt werkt en voldoet aan regelgeving, en die snel inzichten kan leveren. In sectoren als industrie, retail, financiële dienstverlening en de publieke sector — waar lokale data een grote rol speelt — leidt dit tot snellere besluitvorming, betere dienstverlening en meer veerkracht in de operatie.
 
In 2026 ligt het concurrentievoordeel niet bij het bouwen van de grootste AI-modellen, maar bij het slim inzetten van AI op de plek waar deze de meeste waarde toevoegt: dicht bij de data en geïntegreerd in het dagelijkse werk.

3. Regelgeving en datasoevereiniteit herbepalen het AI-landschap 

Waar energie de fysieke beperking vormt, wordt regelgeving de digitale begrenzing. In 2026 is de Europese AI-wet volledig van kracht en ontstaat het eerste wereldwijde kader voor betrouwbare AI. In combinatie met bestaande regels rond datasoevereiniteit, zoals de AVG, leidt dit tot een lappendeken van voorschriften binnen de EMEA-regio. Wat in het ene land is toegestaan, kan in het andere beperkt of verboden zijn.

Daardoor wordt de infrastructuurstrategie ook een compliance-vraagstuk. Organisaties moeten bepalen waar AI-modellen worden getraind, waar data wordt opgeslagen en hoe AI-toepassingen worden uitgevoerd. De opkomst van lokale cloud- en edge-oplossingen laat deze verschuiving zien: bedrijven houden data en rekenkracht binnen nationale of regionale grenzen, terwijl zij toch gebruikmaken van AI-gedreven inzichten. 

In deze omgeving wordt transparantie steeds belangrijker. Organisaties die duidelijk kunnen uitleggen waar hun modellen vandaan komen, hoe data wordt gebruikt en hoe beslissingen tot stand komen, zijn beter in staat vertrouwen op te bouwen bij klanten en toezichthouders. Verantwoord AI-gebruik, dat eerder als optioneel werd gezien, is inmiddels net zo essentieel geworden als cybersecurity.

4. AI verschuift van experimenteren naar uitvoering

Organisaties in EMEA laten de fase van eindeloze pilots achter zich. Economische onzekerheid en strengere regels zorgen ervoor dat technologie vooral moet laten zien wat het daadwerkelijk oplevert. Tegelijkertijd neemt het tekort aan gekwalificeerd personeel toe en staat operationele efficiëntie hoog op de agenda van bestuurders. AI die alleen bedoeld is om een idee te testen, is daarom niet langer voldoende.

Daarbij neemt de concurrentie toe tussen de volwassen digitale economieën van Europa en de snelgroeiende innovatiehubs in het Midden-Oosten en Afrika. CIO’s worden steeds minder beoordeeld op het aantal experimenten dat zij starten, en steeds meer op de bedrijfswaarde die hun AI-toepassingen opleveren. Denk aan een betere klantbeleving, sterkere supply chains, snellere dienstverlening en omzetgroei. Naarmate voorlopers aantoonbare resultaten laten zien, versnelt de herinvestering en ontstaat een versterkend effect in verschillende sectoren.
 In een regio met complexe regelgeving, uiteenlopende markteisen en hogere verwachtingen rond verantwoord technologisch gebruik, geven organisaties prioriteit aan AI die snel inzetbaar is, betrouwbaar wordt bestuurd en consistent kan worden aangestuurd. Ook al blijven zorgen bestaan over energievoorziening, kosten en efficiëntie van infrastructuur, de belangrijkste drijfveer is de behoefte aan AI-systemen die op schaal werken en goed aansluiten op dagelijkse processen.

In 2026 is AI daarmee een echte motor voor organisaties: het vergroot hun veerkracht, verhoogt de productiviteit en versterkt hun concurrentiepositie, vooral bij organisaties die de stap maken van ambitie naar uitvoering.

5. Agentic AI verandert organisaties

In 2026 maken organisaties de overstap van traditionele automatisering naar agentic AI: intelligente systemen die zelfstandig acties kunnen uitvoeren om ervaringen te personaliseren, processen te vereenvoudigen en medewerkers te ondersteunen. In de retail leidt dit tot sterkere klantbetrokkenheid en flexibelere dienstverlening. In de industrie helpen agentic systemen om productieprocessen te optimaliseren, verstoringen vroeg te signaleren en stilstand te verminderen. In de financiële sector ondersteunen zij adviseurs met real-time inzichten en versterken zij de fraudedetectie. In de publieke sector maakt agentic AI het mogelijk om sneller en meer mensgerichte diensten op grote schaal te leveren.

De opbrengsten van eerdere AI-investeringen — zoals beeldherkenning voor diefstalpreventie, voorspellend onderhoud en automatisering van werkprocessen — vormen het kapitaal voor deze volgende fase van verandering. Terwijl organisaties in EMEA te maken hebben met uiteenlopende klantverwachtingen en complexe regelgeving, groeit agentic AI uit tot een strategisch voordeel. Het stelt organisaties in staat sneller te reageren, efficiënter te werken en beter in te spelen op menselijke behoeften.

In 2026 vervangt agentic AI het menselijke aspect niet, maar versterkt het juist. Het verbetert de samenwerking tussen mensen en systemen en maakt interacties effectiever op het moment dat processen en mensen samenkomen.

Verantwoord bouwen aan de toekomst

Eind 2026 is AI een kernonderdeel van organisaties: breed ingezet, goed bestuurd en met een veel hogere mate van volwassenheid dan voorheen. De organisaties die succesvol zijn, weten bewust balans te vinden tussen prestaties en beperkingen, innovatie en toezicht, automatisering en menselijke verantwoordelijkheid.

Nu energie, beleid en mensen samenkomen, verschuift de kernvraag. Niet langer of AI organisaties zal veranderen, maar of organisaties de fysieke, ethische en operationele basis hebben gelegd om die verandering duurzaam vol te houden. Succes is weggelegd voor organisaties die verantwoord omgaan met AI en dit niet zien als een verplichte naleving van regels, maar als een strategisch voordeel.

In 2026 zijn de meest vooruitstrevende organisaties degenen die AI niet alleen inzetten, maar het ook écht begrijpen, transparant besturen en verantwoord aandrijven. Zo wordt AI een blijvende bron van vertrouwen, veerkracht en groei.


Dit is een ingezonden bijdrage van Simone Larsson, EMEA Head of Enterprise AI, Lenovo ISG. Klik hier voor meer informatie over de oplossingen van het bedrijf.